HomeGeldt het medisch beroepsgeheim ook ten aanzien van derden?

Geldt het medisch beroepsgeheim ook ten aanzien van derden?

image description

Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag, 15 oktober 2020

ECLI:NL:TGZCTG:2020:177

De klager in deze procedure is de niet gezaghebbende vader van zijn veertienjarige dochter. De verweerster is GZ-psycholoog en als regiebehandelaar bij de behandeling van de dochter betrokken. Nadat de vader van de behandeling op de hoogte raakt, schrijft hij een brief gericht aan “de behandelaar” van zijn dochter met “een vertrouwelijk verzoek” waarmee hij vraagt om een gesprek met de behandelaar, in de hoop dat de uitkomst daarvan bijdraagt aan het “geluk van zijn dochter”.

Na herhaald intern overleg besluit de psycholoog het verzoek voor te leggen aan de dochter en haar moeder. De psycholoog schrijft daarna de vader terug dat er een gezamenlijk gesprek met de moeder, de dochter en twee behandelaren kan plaatsvinden.

De vader dient een klacht in en stelt dat de psycholoog ten opzichte van hem de vertrouwelijkheid heeft geschonden door zijn verzoek om een gesprek te delen met de dochter en de moeder en daarmee ook een interventie heeft gepleegd. Het Regionaal Tuchtcollege merkt de vader als rechtstreeks belanghebbende aan, waarmee hij in de klacht ontvankelijk is, maar wijst de klacht vervolgens af. Het Centraal Tuchtcollege (CTG) denkt daar in beroep (heel) anders over.

Uit de Beroepscode voor psychologen uit 2015 van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) volgt, dat psychologen verplicht zijn tot geheimhouding van informatie voor zover de informatie van vertrouwelijke aard is. Verder volgt uit de beroepscode dat psychologen niet alleen met hun patiënten een vertrouwensrelatie aangaan, maar ook met (andere) betrokkenen. De vader is te beschouwen als zo’n betrokkene, aldus het CTG.

De psycholoog heeft het verzoek na intern overleg voorgelegd aan de dochter en haar moeder. Dit handelen is in strijd met hetgeen op grond van de beroepscode van de psycholoog mag worden verwacht. De vader verzocht in zijn brief om vertrouwelijkheid en die vertrouwelijkheid strekte zich ook uit tot (andere) betrokkenen, en daarmee ook de vader. De psycholoog was gehouden eerst met de vader in contact te treden over de voorwaarden waaronder zij eventueel aan zijn verzoek zou kunnen voldoen. Met het inlichten van de dochter heeft de psycholoog bovendien een interventie gepleegd ten aanzien van de patiënte en haar gezinsrelaties. Deze interventie is onomkeerbaar en niet professioneel. De klacht wordt in beroep alsnog gegrond verklaard en de psycholoog krijgt een waarschuwing.

Deze uitspraak is in die zin relevant, dat de tuchtrechter heeft beslist dat de behandelend GZ-psycholoog niet alleen een vertrouwensrelatie met zijn patiënt(e) is aangegaan, maar ook met andere betrokkenen zoals hier gezinsleden. Dit betekent dat hulpverleners er op bedacht moeten zijn dat zij ook ten opzichte van derden prudent moeten omgaan met informatie, vragen en verzoeken. Tot die prudentie behoort in voorkomend geval ook dat eerst toestemming moet worden gevraagd of van een derde verkregen informatie met de patiënt of andere gezinsleden mag worden gedeeld. Het gaat in deze zaak strikt genomen overigens niet om schending van het beroepsgeheim (ten opzichte van een patiënt), maar om schending van vertrouwen (ten opzichte van een derde). Voor de tuchtrechtelijke beoordeling lijkt dat echter geen verschil te maken. Ook in de zorg komt vertrouwen te voet, maar gaat het te paard.

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!
  • Wanneer je op aanmelden drukt ga je akkoord met ons Privacy Statement.