HomeHeeft een arts recht op schadevergoeding bij een ongegronde klacht ?

Heeft een arts recht op schadevergoeding bij een ongegronde klacht ?

image description

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag, 11 februari 2020

ECLI:NL: TGZRSGR:2020:31

Hoe gaat de tuchtrechter om met dreigende taal van een aangeklaagde arts?

Een werknemer dient een klacht in tegen zijn bedrijfsarts. De klacht houdt in dat de bedrijfsarts ondeskundig is en valsheid in geschrifte heeft gepleegd. De bedrijfsorganisatie waar de bedrijfsarts werkzaam is laat bij monde van haar algemeen directeur aan de klager weten, dat zij de kosten die worden gemaakt ten behoeve van de beantwoording van de klacht op hem zullen worden verhaald. De klager trekt vervolgens de klacht in met de mededeling dat hij ‘niet zit te wachten op advocaatkosten’. Na de intrekking deelt de algemeen directeur aan de klager mee dat er twee mogelijkheden resteren: de klacht zal worden voortgezet, in welk geval de gemaakte kosten op de klager worden verhaald, of de klacht zal ingetrokken blijven, in welk geval de klager excuses moet aanbieden en de helft van de reeds gemaakte kosten (begroot op € 7.144,00) moet betalen. Nadat de klager hier niet op ingaat, vraagt de bedrijfsarts bij het College om voortzetting van de klachtbehandeling (artikel 65 lid 2 onder a Wet BIG).

Het College memoreert allereerst dat de Wet BIG niet de mogelijkheid biedt om bij ongegrondverklaring van een klacht de klager in de kosten te veroordelen. Het indienen van een tuchtklacht kan, behoudens hoogst uitzonderlijke omstandigheden, niet als onrechtmatig worden aangemerkt. Er is hier sprake van een loos drukmiddel, dat er klaarblijkelijk op is gericht om de klager van zijn wettelijke klachtrecht af te houden. De klager heeft de klacht ook ingetrokken. Een dergelijke vorm van beïnvloeding is in strijd met de beginselen van een goede procesorde, alsook met de voor artsen geldende norm om zich toetsbaar op te stellen.

Het College bepaalt dat de behandeling van de klacht in het algemeen belang moet worden voortgezet en dat de klacht ter zitting in aanwezigheid van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd moet worden besproken, nu deze op grond van artikel 65 lid 3 Wet BIG voor het vervolg van de zaak als klager moet worden aangemerkt. Het College zal daarvoor een nieuwe datum voor de zitting vaststellen.

De les die uit deze uitspraak volgt is, dat van zorgverleners wordt verwacht dat deze zorgvuldig omgaan met (tucht)klachten van cliënten/patiënten. Het dreigen met (tegen-)maatregelen, zoals het verhalen van gemaakte kosten, werkt hier voor de bedrijfsarts averechts. Dit blijkt bij gebrek aan een wettelijke instrumentarium niet alleen een loos dreigement, maar de bedrijfsarts – die nota bene zelf om voortzetting van de klachtbehandeling had gevraagd – krijgt in het vervolg van de procedure niet alleen te maken met een duidelijk geïrriteerd tuchtcollege, maar ook nog eens met de Inspectie. Hier geldt het motto: stil blijven zitten tijdens het scheren!

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!
  • Wanneer je op aanmelden drukt ga je akkoord met ons Privacy Statement.