Home Kostenveroordeling in het medisch tuchtrecht

KBS

Kostenveroordeling in het medisch tuchtrecht

De tuchtrechter kan tot een kostenveroordeling besluiten. Als de klacht (gedeeltelijk) gegrond wordt verklaard en er een maatregel wordt opgelegd, kan de beklaagde zorgverlener veroordeeld worden in (een deel van) de kosten die de klager heeft gemaakt. De Tweede Kamer buigt zich nu over een wetsvoorstel waarin wordt geconcretiseerd dat de klager bij het uitblijven van betaling door de zorgverlener direct een deurwaarder kan inschakelen.

Met de wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) ruim een half jaar geleden is onder meer het medisch tuchtrecht sterk veranderd. Een interessante nieuwe bepaling is, dat het tuchtcollege sinds 1 april 2019, na een daartoe strekkend verzoek, de beklaagde zorgverlener kan (dus niet ‘moet’) veroordelen in (een deel van) de kosten die de klager in verband met de behandeling van de klacht redelijkerwijs heeft moeten maken (art. 69 lid 5 Wet BIG nieuw). Hierbij kan gedacht worden aan kosten van een deskundige of kosten van rechtsbijstand. Het tuchtcollege noemt daarbij ook reiskosten als kosten die in rekening gebracht kunnen worden. De ratio achter de kostenveroordeling is dat juist bij ernstige klachten het kan voorkomen dat een klager kosten moet maken voor het formuleren van een goed gefundeerde klacht, wat een drempel voor het indienen van een dergelijke ernstige klacht kan vormen. Door de mogelijkheid tot kostenveroordeling wordt beoogd die drempel te verlagen.

De Tweede Kamer heeft sinds 4 oktober 2019 het wetsvoorstel Verzamelwet VWS 20XX  in behandeling. In dit wetsvoorstel is uitgewerkt dat, wanneer een kostenveroordeling is uitgesproken, de klager zich met de tuchtrechtelijke uitspraak tot een deurwaarder kan wenden die dan tot betekening en executie kan overgaan. Juridisch geformuleerd: op een veroordeling in de kosten van art. 69 lid 5 Wet BIG (nieuw) is art. 49a Wet BIG (nieuw) van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de tuchtrechtelijke uitspraak tot betaling van een geldsom door een deurwaarder ten uitvoer kan worden gelegd, zonder dat bijvoorbeeld eerst een dwangbevel hoeft te worden afgegeven.

Het ligt volgens de wetgever voor de hand dat zorgverleners tegen wie een tuchtrechtelijke veroordeling wordt uitgesproken, in de kosten kunnen worden veroordeeld. Het is daarbij aan het tuchtcollege om aan de hand van de eisen van proportionaliteit de hoogte daarvan te bepalen, waarbij de ernst van de gedraging, de draagkracht van de zorgverlener of het feit dat een klager voor rechtsbijstand verzekerd is meegewogen dienen te worden. Als een kostenveroordeling daadwerkelijk wordt uitgesproken, kan de klager met de uitspraak in de hand zijn kosten vervolgens vrij eenvoudig ‘terugvorderen’. Hoe dit in de praktijk zal uitpakken, zal de toekomst uiteraard moeten uitwijzen.

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!

Scroll naar boven