Home Werkgever niet aansprakelijk voor vallende werknemer

KBS

Werkgever niet aansprakelijk voor vallende werknemer

Op de werkgever rust op grond artikel 7:658 BW een zorgplicht voor de veiligheid van zijn werknemers. Het artikel vereist een hoog veiligheidsniveau van de betrokken werkruimte, werktuigen en gereedschappen, alsmede van de organisatie van de betrokken werkzaamheden. En dat niet alleen: de werkgever dient bovendien het op de omstandigheden van het geval toegesneden toezicht te houden op behoorlijke naleving van de door hem gegeven instructies, en op behoorlijk onderhoud van werkruimten en materialen. Artikel 7:658 BW vestigt dan ook streng aansprakelijkheidsregime, juist ook omdat de werkgever moet bewijzen dat hij zijn zorgplicht heeft nagekomen.

Evenwel is de zorgplicht van de werkgever niet onbegrensd. Artikel 7:658 BW beoogt immers geen absolute waarborg te scheppen voor bescherming tegen gevaar. Er kan sprake zijn van schade die thuis hoort in de risicosfeer van de werknemer. Men spreekt in dit verband wel, zoals A-G Langemeijer in 2015 (ECLI:NL:PHR:2015:962) pakkend beschreef, van ‘huis-, tuin- en keukenongevallen’, ‘alledaagse gevaren’, ‘algemeen bekende gevaren’, ‘ongelukkige samenloop van omstandigheden’, of van het in acht nemen van ‘de normale voorzichtigheid’ door de werknemer. Het kan dus zo zijn dat, in gegeven omstandigheden, een werkgever geen specifieke maatregelen behoeft te nemen tegen het gevaar van ontstaan van letsel bij: het smeren van broodjes met een scherp mes (ECLI:NL:HR:2002:AE4090); het uitglijden op een natte vloer (ECLI:NL:HR:2007:AZ5834); het vallen door een gat in een dak (ECLI:NL:HR:2003:AF7000); het verliezen van het evenwicht bij het schoonmaken van een koffievlek (ECLI:NL:HR:2003:AF8254); het van een magazijn pakken van een doos met een daartoe niet bijzonder geschikt trapje (ECLI:NL:HR:2007:BB5625); het dichtklappen van een laaddeur van een vrachtwagen door harde wind (ECLI:NL:HR:2008:BB7423); of het uitglijden over een gemorste plas koffie op een trap (ECLI:NL:GHDHA:2014:1661)

In dezelfde categorie valt de recente uitspraak van de Kantonrechter Oost-Brabant van 27 februari 2020. Daarin ging het om een (uitgeleende) werknemer die twee kleine treden opliep, vervolgens een nooddeur dicht deed en daarna de twee kleine treden weer afliep. Bij het aflopen van de laatste trede – die hij naar eigen zeggen had gemist – ging het mis. De werknemer kwam hard ten val en liep daardoor ernstig letsel op. De (uitgeleende) werknemer stelde zowel zijn formele als zijn materiële werkgever aansprakelijk. Maar zonder succes, want de kantonrechter concludeerde dat de werknemer simpelweg als gevolg van een ongelukkige samenloop van omstandigheden ten val was gekomen. Ondanks de zeer ernstige gevolgen van het ongeval was, aldus de kantonrechter, niet gebleken dat er omstandigheden waren op grond waarvan de werkgever redelijkerwijs verplicht was maatregelen te treffen, in welke vorm dan ook, om dit gevaar te voorkomen. Daarbij speelde onder meer een rol dat de trap voldeed aan de voorschriften van het Bouwbesluit en dat het belopen van deze twee op zichzelf een normale bezigheid is waarvoor een werkgever geen instructies hoeft te geven of te waarschuwen.

Lees hier de volledige uitspraak

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!

Scroll naar boven