Schending mededelingsplicht
De feiten
Eiser – geboren met een rugafwijking – sloot als zelfstandige ondernemer een AOV af bij Nationale Nederlanden (“NN”). Voor de totstandkoming van de AOV moest een gezondheidsverklaring worden ingevuld. O.a. de vraag naar “aandoening, ziekte of klachten van (…) kromme rug, rugklachten, rugpijn (…)” beantwoordde eiser ontkennend.
In verband met de hoogte van het aangevraagde verzekerde bedrag, werd een algemene medische keuring van eiser verricht. De vragen of eiser wel eens specialisten had geraadpleegd, of lijdt of heeft geleden aan rugklachten, spit, hernia, ischias of kromme rug, of er röntgenfoto’s van hem zijn gemaakt en of hij weleens is afgekeurd voor militaire dienst, beantwoordde eiser met “nee”. De keuringsarts beantwoordde de vraag of er misvormingen of afwijkingen zijn aan romp, ledematen of gewrichten ontkennend.
De AOV ging per 1 mei 2014 in. Eiser werd op 31 augustus 2020 arbeidsongeschikt in verband met rug- en nekklachten (met als genoemde oorzaak “afwijking in rugwervel”). Hij maakte aanspraak op zijn AOV. NN vroeg een advies aan bij haar medisch adviseur, waarna zij ontdekte dat eiser medische informatie over zijn aangeboren rugafwijking (met daarmee gepaard gaande rugklachten) had verzwegen, terwijl van de eerdere rugklachten bij een eerdere AOV-aanvraag in 2012 door eiser wel melding van was gemaakt.
NN stelde daarom dat er duidelijke aanwijzingen aanwezig waren dat sprake was van opzettelijke misleiding bij de aanvraag van de AOV. NN zegde de verzekering op zonder uit te keren. Ook nam zij de gegevens van eiser op in diverse registers, waaronder het EVR.
De door NN genomen maatregelen werden door eiser aangevochten in een procedure bij de rechtbank.
Schending mededelingsplicht
Voor het aannemen van een schending van de mededelingsplicht moet voldaan zijn aan het kennisvereiste, het kenbaarheidsvereiste, het relevantievereiste en het verschoonbaarheidsvereiste. De bewijslast van de eerste drie vereisten rusten op de verzekeraar. De bewijslast van het vierde vereiste, rust op de verzekeringnemer.
De rechtbank stelt vast, hoewel eiser dat betwistte, dat hij in het verleden diverse keren artsen had bezocht in verband met zijn aangeboren rugafwijking. Dat eiser deze consulten niet meer wist, acht de rechtbank geen reden om aan te nemen dat de informatie in de medische stukken niet zou kloppen. Hij had die momenten wel moeten weten, des te meer nu eiser de huisarts en de orthopedisch chirurg in 2012 nog had bezocht.
Daarnaast overweegt de rechtbank dat eiser niet alleen werd gevraagd naar klachten, maar naar “aandoeningen, ziekten, klachten en/of gebreken”, waarbij ook uitdrukkelijk werd gevraagd of eerder een (huis)arts werd bezocht. De vragen in de gezondheidsverklaring waren duidelijk, aldus de rechtbank, waardoor eiser had moeten begrijpen dat de rugafwijking en het in verband hiermee afgelegde artsenbezoek van belang was voor NN. Ook ging de rechtbank mee in het standpunt van NN dat zij een beperkende voorwaarde in verzekering had opgenomen voor de gehele wervelkolom als de rugafwijking naar waarheid was gemeld door eiser.
Tot slot voerde eiser aan dat zijn rugafwijking bij het onderzoek door de keuringsarts niet naar voren was gekomen, hoewel de keuringsarts uitdrukkelijk werd gevraagd om te letten op de functie en vorm van de rug. Dat NN niet op de hoogte raakte van de rugafwijking, was aan NN zelf te wijten, aldus eiser. De rechtbank oordeelt dat het voorgaande onverlet laat dat eiser bij de aanvraag had nagelaten zijn rugafwijking te noemen. Eiser had meerdere vragen in de gezondheidsverklaring en bij de medische keuring ten onrechte ontkennend beantwoord. De stand van de rug betrof een standaard vraag waardoor de keuringsarts daar niet specifiek op gericht was geweest, juist nu eiser niet had gemeld dat er iets met zijn rug aan de hand was geweest. Kortom: eiser had zijn mededelingsplicht geschonden.
Opzet tot misleiding
NN had een beroep gedaan op opzet tot misleiding aan de zijde van eiser bij het aanvragen van de AOV. De rechtbank neemt in aanmerking dat eiser meerdere (huis)artsenbezoeken had afgelegd in verband met zijn aangeboren rugafwijking, en dat deze bezoeken nog in zijn geheugen hadden moeten liggen. Het feit dat eiser recent vóór de verzekeringsaanvraag een bezoek aan de huisarts en de orthopedisch chirurg had afgelegd, weegt de rechtbank zwaar mee zodat opzet tot misleiding kan worden afgeleid uit de handelswijze van eiser.
Bovendien bleek uit de medische stukken dat eiser in 2012 een AOV had aangevraagd, en dat hij bij die aanvraag wél melding had gemaakt van rugklachten (naar aanleiding waarvan medische informatie werd opgevraagd door Delta Lloyd). Het ligt in de rede dat de verzekeraar destijds beperkingen had voorgesteld voor de te sluiten verzekeringsdekking, en dat dit een rol speelde bij de aanvraag die eiser later deed bij NN. Hoewel eiser het voorgaande betwistte, is de rechtbank van mening dat eiser geen andere verklaring had gegeven voor het feit dat de huisarts dit noteerde en/of dat Delta Lloyd informatie over rugklachten opvroeg. De conclusie is onverbiddelijk voor eiser: door het niet vermelden van zin rugaandoening gaf eiser bewust een verkeerde voorstelling van zaken, met als doel een verzekering af te sluiten waarvan hij wist dat deze bij de ware kennis van zaken niet of niet op dezelfde wijze tot stand zou zijn gekomen. NN mocht de overeenkomst daarom met onmiddellijke ingang opzeggen, NN hoefde niet tot uitkering over te gaan en zij hoefde de registraties niet ongedaan te maken. Dat het voor eiser thans niet meer mogelijk is om normale/betaalbare verzekeringen af te sluiten, vond de rechtbank niet voldoende om de registraties te laten schrappen.