Home Blog 14 augustus 2025: Niet alles verteld? Dat kost geld

Blog 14 augustus 2025: Niet alles verteld? Dat kost geld

Wat gebeurt er als een benadeelde pas in een laat stadium aangeeft dat sprake was van eerdere arbeidsongeschiktheid? Die vraag stond centraal in een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Hoewel de benadeelde uiteindelijk grotendeels in het gelijk werd gesteld en een schadevergoeding toegewezen kreeg, bleef het achterhouden van relevante informatie niet zonder gevolgen. De rechtbank oordeelde dat sprake was van een schending van artikel 21 Rv en hield daar rekening mee bij de proceskostenveroordeling.

De feiten

Een verloskundige raakte op 3 februari 2023 betrokken bij een ongeval ten aanzien waarvan de rechtbank heeft geoordeeld dat gedaagde voor 60% de schade van de verloskundige moet vergoeden. Vervolgens moest de rechtbank de schade begroten, waaronder het verlies aan verdienvermogen.

Tijdens de procedure stelde de verloskundige zich op het standpunt dat zij vóór het ongeval werkzaamheden verrichtte voor meerdere opdrachtgevers en dat zij als gevolg van het ongeval inkomsten was misgelopen. Nadat de rechtbank in een tussenvonnis nadere vragen had gesteld over het verlies aan verdienvermogen, bracht de verloskundige voor het eerst bij akte naar voren dat zij in de jaren 2019 tot en met 2022 een arbeidsongeschiktheidsuitkering van ASR had ontvangen wegens stressgerelateerde klachten en PTSS.

Volgens de verloskundige was die eerdere arbeidsongeschiktheid niet relevant, omdat zij op 3 februari 2023 al volledig hersteld was. Bovendien was de uitkering enkele maanden vóór het ongeval beëindigd en was er geen sprake van pre-existente klachten die relevant zijn voor de vaststelling van de ten gevolge van het incident geleden inkomensderving.

Gedaagde stelde zich op het standpunt dat de eerdere arbeidsongeschiktheid wel degelijk van belang is voor de beoordeling van het hypothetische verdienvermogen van de verloskundige zonder ongeval. Door de eerdere arbeidsongeschiktheid was een substantiële kernactiviteit van een verloskundige, namelijk de bevallingsbegeleiding, weggevallen zodat dat haar verdiencapaciteit fundamenteel heeft veranderd.

Schending van artikel 21 Rv

De rechtbank volgt het standpunt van gedaagde. Volgens de rechtbank had de verloskundige al eerder melding moeten maken van haar eerdere arbeidsongeschiktheid en de ontvangen AOV-uitkering. De rechtbank overweegt dat de eerdere arbeidsongeschiktheid relevant is voor de vraag welk inkomen de verloskundige zonder het ongeval zou hebben kunnen verdienen. Daarbij speelde onder meer een rol dat uit de nieuw overgelegde stukken bleek dat zij als gevolg van die eerdere arbeidsongeschiktheid bepaalde werkzaamheden binnen haar beroep niet langer verrichtte.

Daarnaast constateerde de rechtbank dat door het achterwege laten van deze informatie de indruk was gewekt dat de verloskundige in 2022 gedurende het gehele jaar structureel werkzaamheden had verricht, terwijl zij feitelijk pas weer was gaan werken nadat haar arbeidsongeschiktheidsuitkering was geëindigd. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de verloskundige haar waarheids- en substantiëringsplicht van artikel 21 Rv heeft geschonden.

Gevolgen voor de proceskosten

De schending van artikel 21 Rv leidde niet tot afwijzing van de vordering van de verloskundige. De rechtbank stelde vast dat zij als gevolg van het ongeval daadwerkelijk verdienvermogen had verloren en begrootte de schade aan de hand van de beschikbare financiële gegevens.

Hoewel de wederpartij grotendeels in het ongelijk werd gesteld, liet de rechtbank de schending van artikel 21 Rv niet zonder gevolgen. Normaal gesproken wordt bij de begroting van het salaris van de advocaat gewerkt met een puntensysteem. Voor de laatste akte die de verloskundige had genomen, kende de rechtbank echter geen salarispunt toe. Volgens de rechtbank was deze extra proceshandeling noodzakelijk geworden doordat de verloskundige eerder onvoldoende openheid van zaken had gegeven over haar arbeidsongeschiktheidsverleden.

Tot slot

De uitspraak laat zien dat artikel 21 Rv niet beperkt blijft tot een theoretische verplichting. Partijen moeten uit eigen beweging alle relevante feiten volledig en naar waarheid aanvoeren, ook wanneer die feiten mogelijk ongunstig zijn voor hun eigen positie.

Hoewel een schending van de waarheidsplicht niet automatisch leidt tot afwijzing van de vordering, kan de rechter daar wel processuele gevolgen aan verbinden. In deze zaak kostte het de verloskundige uiteindelijk een deel van haar proceskostenvergoeding.

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!

Scroll naar boven