Home Geen dekking voor affectieschade, wel goed werkgeverschap?

Geen dekking voor affectieschade, wel goed werkgeverschap?


De Rechtbank Overijssel heeft op 11 augustus 2026 een interessante beschikking gewezen over de reikwijdte van de verzekeringsplicht van werkgevers. De vraag stond centraal of een werkgever die werknemers beroepsmatig aan het verkeer laat deelnemen, op grond van artikel 7:611 BW verplicht is een verzekering af te sluiten die ook dekking biedt voor affectieschade van nabestaanden.

De kantonrechter beantwoordt die vraag ontkennend. Het enkele feit dat affectieschade sinds 1 januari 2019 wettelijk voor vergoeding in aanmerking komt en dat daarvoor inmiddels verzekeringsmogelijkheden bestaan, brengt volgens de kantonrechter niet mee dat een verzekering zonder dekking voor affectieschade niet als een ‘behoorlijke verzekering’ kan worden aangemerkt.

Het geschil

In deze kwestie gaat het over een directiechauffeur die in de nacht van 11 april 2025 om het leven is gekomen bij een eenzijdig verkeersongeval. Nadat hij een directielid en diens echtgenote na een diner had afgezet in Zwolle, reed hij richting zijn woning. Tijdens die rit botste hij frontaal tegen een boom.

De dochter van de overleden werknemer stelde de werkgever aansprakelijk voor de schade die zij door het overlijden van haar vader lijdt. In de eerste plaats stelde zij hiertoe dat de werkgever zijn zorgplicht van artikel 7:658 BW had geschonden, omdat onvoldoende zou zijn toegezien op de naleving van de geldende arbeids- en rusttijden. Daarnaast beriep zij zich op artikel 7:611 BW. Volgens haar had de werkgever niet gezorgd voor een behoorlijke verzekering tegen de risico’s van verkeersdeelname. De werkgever had weliswaar een zogenoemde Goed Werkgeverschap-verzekering bij TVM afgesloten, maar die verzekering sloot affectieschade van nabestaanden uit. Volgens de dochter was die uitsluiting, mede gelet op de invoering van de Wet vergoeding affectieschade, niet langer passend.

Geen schending van de zorgplicht ex artikel 7:658 BW

De kantonrechter behandelt eerst de aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW.

Uit de rittenregistratie bleek dat de werknemer de maximale diensttijden niet had overschreden. Ook waren er geen aanwijzingen voor andere overtredingen van arbeids- of rusttijden. De kantonrechter concludeerde dan ook dat de werkgever geen verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van het ontstaan van het ongeval. Zij is daarom niet aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW, aldus de kantonrechter.

De behoorlijke verzekering ex artikel 7:611 BW

Bij de beoordeling van het beroep op artikel 7:611 BW stelt de kantonrechter voorop dat een werkgever onder omstandigheden verplicht is om werknemers die in de uitoefening van hun werkzaamheden als bestuurder aan het verkeer deelnemen, behoorlijk te verzekeren tegen de risico’s van verkeersdeelname. Deze verzekeringsplicht vloeit voort uit de zorgplicht die de werkgever tegenover zijn werknemers heeft. De verplichting strekt echter niet zo ver dat de verzekering iedere mogelijke schade van de werknemer moet dekken. Of sprake is van een behoorlijke verzekering, moet bovendien worden beoordeeld aan de hand van het verzekeringspakket als geheel en niet op basis van afzonderlijke schadeposten of dekkingen.

Volgens verzoekster voldeed de afgesloten verzekering niet aan deze norm, omdat daarin geen dekking was opgenomen voor affectieschade van nabestaanden. De kantonrechter volgt dit standpunt echter niet. Hoewel ook grote verzekeraars inmiddels dekking voor affectieschade aanbieden, is volgens de kantonrechter niet gebleken dat een meerderheid van de verzekeraars deze dekking biedt. Daarom kan niet worden aangenomen dat dekking voor affectieschade inmiddels tot de maatschappelijke norm voor een behoorlijke werkgeversverzekering behoort.

Daarbij acht de kantonrechter van belang dat affectieschade van een andere aard is dan de schade die de werknemer zelf als gevolg van een ongeval lijdt. Affectieschade betreft een zelfstandige aanspraak van nabestaanden en heeft met name een erkennings- en genoegdoeningsfunctie. Het enkele feit dat affectieschade een wettelijk erkende en verzekerbare schadepost is, betekent dan ook niet dat werkgevers verplicht zijn daarvoor verzekeringsdekking in te kopen. De huidige maatschappelijke opvattingen bieden daarvoor volgens de kantonrechter onvoldoende grond. Het ontbreken van dekking voor affectieschade brengt dan ook niet mee dat de afgesloten verzekering als niet behoorlijk moet worden aangemerkt.

Belang voor de praktijk

Uit deze beschikking volgt dat de invoering van de Wet vergoeding affectieschade niet automatisch heeft geleid tot een uitbreiding van de verzekeringsplicht van werkgevers. Het ontbreken van dekking voor affectieschade betekent vooralsnog niet dat een werkgeversverzekering niet als behoorlijk kan worden aangemerkt in de zin van artikel 7:611 BW.

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!

Scroll naar boven