HomeCommissie van Beroep: geen onbeperkt recht op vrije advocaatkeuze rechtsbijstandverzekering in buitengerechtelijke fase

Commissie van Beroep: geen onbeperkt recht op vrije advocaatkeuze rechtsbijstandverzekering in buitengerechtelijke fase

image description

Op 29 oktober jl. heeft de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening uitspraak gedaan in de beroepszaak over het recht op vrije advocaatkeuze in het buitenrechtelijke traject. Deze zaak was aangespannen door DAS Rechtsbijstand naar aanleiding van de uitspraak van de Geschillencommissie van Kifid d.d. 31 maart jl. In die zaak was kort gezegd, geoordeeld dat onder het begrip ‘gerechtelijke procedure’ elke fase die kan leiden tot een procedure bij de rechter, dus ook een buitengerechtelijke zoals bemiddeling of mediation, valt. De verzekerde die vergoeding van advocaatkosten verzocht onder haar rechtsbijstandverzekering werd in het gelijk gesteld (vergoeding van advocaatkosten tot een maximum van € 5.000,- voor zover de kosten redelijk waren).

Voor de toelichting op de uitspraak van de Geschillencommissie verwijs ik naar mijn eerdere nieuwsbericht van 4 mei jl.

DAS was het met de uitkomst niet eens en heeft met succes beroep ingesteld. De Commissie van Beroep is van oordeel dat de ruime uitleg van de Geschillencommissie niet juist is. Voor het recht op vrije advocaatkeuze in het kader van de rechtsbijstandverzekering is blijkens de uitspraak vereist dat sprake is van een administratieve- of gerechtelijke procedure of een fase in een dergelijke procedure. De verzekerde had te weinig aangevoerd om aan te nemen dat aan dit vereiste was voldaan, aldus de Commissie van Beroep.

De Commissie van Beroep heeft het oordeel gemotiveerd met verwijzing naar rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU. Volgens de Commissie van Beroep brengt deze rechtspraak met zich dat steeds aan de hand van de specifieke omstandigheden van het geval moet worden bezien of sprake is van een procedure of een fase in een procedure, die in het licht van de context en de strekking van de richtlijn kan worden aangemerkt als een gerechtelijke of administratieve procedure.

De Commissie van Beroep neemt de uitleg van de Geschillencommissie om die reden niet over. Het oordeel van de Geschillencommissie heeft namelijk tot gevolg dat bij een conflict in alle gevallen, zelfs vóór elke administratieve of gerechtelijke procedure, het recht bestaat om zelf een advocaat vrij te kiezen, ongeacht de aard van de rechtsbijstandsdekking. Deze uitleg past niet in het stelsel van richtlijn 2009/138 en strookt niet met de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU, aldus de Commissie van Beroep.

In de zaak die voorlag heeft de verzekerde naar het oordeel van de Commissie van Beroep te weinig aangevoerd om aan te nemen dat de advocaatkeuze betrekking had op rechtsbijstand in een gerechtelijke of administratieve procedure.

Een verzekerde die een beroep doet op het recht op vrije advocaatkeuze dient dus op grond van deze uitspraak aan te tonen dat er ten minste sprake is van een fase in een gerechtelijke of administratieve procedure. In het klassieke geval waarin partijen een zaak geheel buiten rechte afwikkelen door het treffen van een minnelijke regeling is er  gelet op het oordeel van de Commissie van Beroep geen recht op vrije advocaatkeuze.

 

De volledige uitspraak CvB 2021-0042 is hier te raadplegen.

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!
  • Wanneer je op aanmelden drukt ga je akkoord met ons Privacy Statement.