Home Directeur P.I. met de schrik vrij

Oswald Nunes

Tuchtrecht
/

Directeur P.I. met de schrik vrij

Kan een administratieve fout leiden tot een gegronde tuchtklacht?

De klager in deze procedure is onderzocht waarbij Pro Justitia rapportages zijn opgemaakt. De klager heeft daarvan een afschrift ontvangen. De klager wil echter ook een afschrift van bepaalde onderliggende rapportages hebben. Hij heeft hiertoe meerdere verzoeken gedaan. De (waarnemend) directeur van de instelling waar de onderzoeken zijn uitgevoerd heeft de verzoeken van de klager in behandeling genomen. Nadat de verzoeken om een afschrift aanvankelijk zijn afgewezen, heeft de klager alsnog een aantal stukken van de directeur ontvangen. De klager spreekt niettemin de directeur bij de tuchtrechter aan. Eén van de klachten houdt in dat de directeur zonder toestemming en buiten medeweten van klager medische gegevens (vermeende concept-rapportages) aan het tuchtcollege heeft verstrekt.

Het Regionaal Tuchtcollege acht het betreffende klachtonderdeel gegrond. Het verweer van de directeur dat sprake was van een  administratieve fout baat hem niet. De directeur krijgt de maatregel van een waarschuwing opgelegd. In beroep komt het Centraal Tuchtcollege tot een ander oordeel. Vaststaat dat het niet nodig was dat medische gegevens van de klager aan het Regionaal Tuchtcollege werden toegezonden. Ook in beroep voert de directeur aan dat er sprake was van een administratieve fout. Nadat de directeur hiervan was gebleken heeft hij getracht de verzending van de bijlagen tegen te houden en, toen dat niet meer mogelijk bleek, heeft hij het Regionaal Tuchtcollege verzocht de bijlagen buiten het dossier te houden, hetgeen ook is gebeurd.

Nu de medische gegevens ten onrechte, namelijk zonder toestemming en buiten medeweten van de klager, aan het Regionaal Tuchtcollege zijn verstrekt, is het klachtonderdeel gegrond. Het Centraal Tuchtcollege legt echter geen maatregel op. Gebleken is immers dat de directeur, nadat hij op de hoogte was gesteld van de administratieve fout, zich heeft ingespannen om één en ander te corrigeren, hetgeen ertoe heeft geleid dat het Regionaal Tuchtcollege de bijlagen buiten het dossier heeft gelaten en vervolgens heeft vernietigd. De uitkomst van de procedure is dat de klacht wel gegrond wordt verklaard maar dat de directeur geen maatregel wordt opgelegd.

Deze uitspraak sluit mooi aan bij de recente wijziging van de wet BIG. In artikel 69 lid 4 van de wet BIG is nu bepaald dat een maatregel niet wordt opgelegd indien dit door het tuchtcollege raadzaam wordt geacht in verband met de geringe ernst van het handelen of nalaten, de omstandigheden waaronder het handelen of nalaten hebben plaatsgevonden dan wel omstandigheden die zich nadien hebben voorgedaan. Volgens de wetgever kan er aanleiding zijn geen maatregel op te leggen wanneer de gedraging weliswaar verwijtbaar is, maar niet ernstig genoeg om over te gaan tot het opleggen van een maatregel. Een ander voorbeeld is dat een zorgverlener een gedragsregel schendt, terwijl die gedragsregel eerder niet (dusdanig scherp) was geformuleerd. Het is dan ook van belang om bij het beoordelen van een (gegronde) klacht rekening te houden met eventuele verzachtende omstandigheden. Hier komt de directeur al met al nog goed weg.

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!

Scroll naar boven