Home Geen tweede kans voor arts na titelmisbruik tijdens proeftijd

Sara de Jong

Tuchtrecht
/

Geen tweede kans voor arts na titelmisbruik tijdens proeftijd

De Wet BIG kent een stelsel van titelbescherming: bepaalde wettelijk beschermde titels mogen alleen worden gebruikt door de personen die als zodanig zijn geregistreerd in het BIG- of specifieke specialistenregister. Het doel daarvan is om patiënten te beschermen tegen ondeskundig of onzorgvuldig handelen van zorgverleners. Het onbevoegd voeren van de titel (of een daarop gelijkende titel), ook wel ‘titelmisbruik’, is zelfs strafbaar en kan worden beboet. Het gebeurt toch nog met enige regelmaat dat zorgverleners beschermde titels gebruiken, terwijl dat niet mag. Zo ook in een recente kwestie bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg ’s-Hertogenbosch waarin (onder meer) ten onrechte de wettelijk beschermde titel ‘bedrijfsarts’ werd gebruikt.

De feiten

In een eerdere tuchtzaak was aan de beroepsbeoefenaar door het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (‘CTG’) een voorwaardelijke maatregel van schorsing opgelegd. De beroepsbeoefenaar stond namelijk al langere tijd niet (meer) in het BIG-register ingeschreven als bedrijfsarts, maar uitsluitend als arts, en had over zijn precieze hoedanigheid onduidelijkheid laten bestaan. Verslagen werden bijvoorbeeld ondertekend als ‘aios bedrijfsgeneeskundige’, terwijl geen sprake was van een dergelijke opleiding. Er bestond ook onduidelijkheid over het al dan niet bestaan van supervisie door een bedrijfsarts. De voorwaardelijke maatregel van schorsing werd door het CTG verbonden aan diverse voorwaarden. Zo moest de beroepsbeoefenaar zich gedurende een proeftijd van twee jaar onthouden van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Ook was sprake van bijzondere voorwaarden. De beroepsbeoefenaar diende de IGJ bijvoorbeeld op meerdere vastgestelde momenten te informeren en duidelijkheid te geven over zijn hoedanigheid, zijn werkzaamheden en de al dan niet aanwezige supervisie van een (en welke) bedrijfsarts. Het schenden van de voorwaarden betekende dat de maatregel van schorsing alsnog ten uitvoer zou worden gelegd.

Kort na de uitspraak constateerde de IGJ dat op de website van de beroepsbeoefenaar het volgende stond vermeld: “uw bedrijfsarts bij [bedrijfsnaam van een arbodienst]”. Aangezien er (nog altijd) geen sprake was van een registratie als bedrijfsarts, was er sprake van titelmisbruik en werd de beroepsbeoefenaar verzocht de tekst aan te passen. Enige tijd later vernam de IGJ dat de beroepsbeoefenaar in brieven van de arbodienst ook nog werd geduid als ‘bedrijfsarts’. De brieven bevatten tevens aanwijzingen voor het nog altijd ontbreken van adequate supervisie.

De IGJ voerde hierover gesprekken met de beroepsbeoefenaar. De IGJ constateerde dat de bijzondere voorwaarden niet werden nageleefd en verzocht het tuchtcollege in deze kwestie daarom om uitvoering te geven aan de eerder opgelegde maatregel.

De beroepsbeoefenaar erkende dat hij de voorwaarden niet had nageleefd. Hij vroeg het tuchtcollege om een tweede kans, zodat hij in het zicht van zijn pensionering zijn werkzaamheden als arbo-arts kan afbouwen en eventueel nog rijbewijskeuringen kan uitvoeren.

Het oordeel

Het tuchtcollege constateert dat de voorwaarden inderdaad niet zijn nageleefd en noemt in dat kader (o.a.) het feit dat van correct vormgegeven supervisie niet is gebleken, de onduidelijkheid die de beroepsbeoefenaar heeft laten bestaan over het feit dat hij arts is, maar geen bedrijfsarts is en de onduidelijkheid die hij heeft laten bestaan over het feit dat hij onder supervisie werkzaam was.

De beroepsbeoefenaar krijgt geen tweede kans. Los van het feit dat de Wet BIG geen bepaling kent voor het verlengen of opnieuw bepalen van een proeftijd, ziet het tuchtcollege daar geen aanleiding voor. De volledige uitspraak leest u hier.

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!

Scroll naar boven