Een tuchtklacht als drukmiddel en misbruik van recht
Het medisch tuchtrecht dient specifieke en fundamentele publieke doelstellingen waar mijn kantoorgenoten en ik al vaker over schreven (zie bijvoorbeeld: blog). Het belang van die doelstellingen valt niet te ontkennen. Tegelijkertijd vormt een tuchtklacht een zware belasting voor de individuele aangeklaagde hulpverlener. De last is zodanig dat het dreigen met en indienen van een tuchtklacht kan worden misbruikt om andere doelen na te streven dan die het tuchtrecht beoogt te dienen. Zo ook in een recente kwestie bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te ’s-Hertogenbosch, waar het tuchtcollege oordeelde dat klaagster met het indienen van een tuchtklacht een minnelijke regeling met de raad van bestuur van het ziekenhuis wenste af te dwingen. Het tuchtcollege oordeelde dat sprake was van misbruik van recht en verklaarde de klacht niet-ontvankelijk.
De feiten
Klaagster was lange tijd naar tevredenheid in behandeling bij het ziekenhuis. Op enig moment ontstond eerst een geschil tussen klaagster en de raad van bestuur van het ziekenhuis en voorts een geschil tussen klaagster en de betrokken MDL-arts. Klaagster zond zeer veel berichten aan de raad van bestuur, de afdeling juridische zaken van het ziekenhuis en aan verweerster. Haar werd een contactverbod opgelegd (en uitdrukkelijk geen behandelverbod).
Nadat zij bij een ander ziekenhuis na een knieoperatie morfine toegediend kreeg, verweet zij het eerder betrokken ziekenhuis dat haar gegevens in haar medisch dossier niet juist zouden zijn. Op verzoek van klaagster was door de betrokken MDL-arts in haar medisch dossier namelijk opgenomen dat zij gevoelig was voor het opiaat oxycodon. Klaagster diende een schadeclaim in bij verweerster over het handelen van de raad van bestuur en verzocht de betrokken MDL-arts die te laten beoordelen door de verzekeraar van het ziekenhuis tegen inwisseling van de tuchtklacht. Verweerster kon niet ingaan op de schadeclaim, nu deze zag op het handelen van de raad van bestuur, en bood klaagster nog diverse behandelafspraken aan. Deze kwamen niet tot stand en verweerster besloot uiteindelijk de behandelovereenkomst te eindigen. Zij heeft klaagster uitgebreid toegelicht waarom zij daartoe overging en zij had andere MDL-artsen bereid gevonden de behandeling over te nemen. Klaagster werd een toegangsverbod opgelegd aangezien zij herhaaldelijk de huisregels van het ziekenhuis schond. In reactie daarop stuurde klaagster brieven waarin zij opnieuw onder dreiging van tuchtklachten “tot aan het CTG” minnelijke voorstellen deed. Uit de uitspraak volgt verder dat klaagster niet schroomde zich te mengen in de privélevens van de betrokken zorgverleners van het ziekenhuis en bovenmatig procedures instelde bij de Geschillencommissie, het tuchtcollege en de politie.
Klaagster diende een tuchtklacht in over de kwaliteit van zorgverlening. Verweerster voert (o.m.) het verweer dat klaagster misbruik van recht maakt en daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Verweerster geeft aan zich niet aan het gevoel te kunnen onttrekken dat ze werd geïntimideerd om bepaalde dingen te doen. Klaagster dreigt met civiele procedures dan wel het niet intrekken van de tuchtklacht, indien dat aanbod niet wordt geaccepteerd. Klaagster heeft verweerster bovendien in de privésfeer benaderd door haar op haar eigen telefoonnummer te bellen of een brief te sturen naar haar huisadres. Daardoor en door de toonzetting voelt verweerster zich onder druk gezet.
Het oordeel
Het verweer slaagt. Het tuchtcollege oordeelt dat de wet (meer specifiek artikel 3:13 en 3:15 BW) met zich brengt dat de bevoegdheid om een klacht tegen een BIG-geregistreerde zorgverlener in te dienen niet kan worden ingeroepen als deze bevoegdheid wordt misbruikt. Van misbruik is onder meer sprake als de bevoegdheid wordt gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is verleend. Het tuchtcollege benadrukt dat het medisch tuchtrecht niet is bedoeld als instrument om een zorgverlener tot een juridische procedure te dwingen.
Gelet op de feiten en omstandigheden in deze zaak oordeelt de voorzitter van het tuchtcollege dat zij niet anders kan dan concluderen dat klaagster haar recht om de tuchtklacht in te dienen gebruikt om anderen te dwingen om daarover met haar te onderhandelen. Dat vormt misbruik van (tucht)recht. Klaagster heeft de tuchtklacht enkel ingediend als instrument in het inmiddels voortslepende conflict met verweerster en het ziekenhuis. Het tuchtcollege komt tot dit oordeel vanwege de aard en inhoud, en de wijze waarop klaagster de minnelijke voorstellen doet tegen de inwisseling van de tuchtklacht. Daarin weegt het tuchtcollege de volgende aspecten mee: nadat de enorme hoeveelheid berichten en diverse procedures hadden geleid tot een contact- en toegangsverbod, bleef klaagster contact over de geschillen zoeken. Het indienen van deze tuchtklacht paste in dat patroon van het omzeilen van het contact- en toegangsverbod. Klaagster had op dat moment vier tuchtklachten tegen verweerster ingediend met telkens dezelfde essentie. Door op deze wijze steeds opnieuw tuchtklachten in te dienen was voor het tuchtcollege duidelijk dat klaagster probeerde om contact te houden met verweerster. Door dit handelen maakt klaagster naar het oordeel van het tuchtcollege misbruik van recht. Het tuchtrecht is immers (ook) niet bedoeld om onbeperkt ruimte te geven aan klaagster om haar onvrede over verweerster telkens opnieuw, in iets andere vorm maar met op hoofdlijnen dezelfde klacht, aan de orde te stellen en contact te (blijven) zoeken met verweerster, aldus het tuchtcollege.
Deze uitspraak laat zien dat het tuchtrecht een belangrijk instrument blijft voor kwaliteitsbewaking en patiëntbescherming, maar ook dat het klachtrecht niet onbeperkt kan worden ingezet. Wanneer een tuchtklacht primair wordt gebruikt als drukmiddel in een ander conflict, kan dat leiden tot niet-ontvankelijkheid wegens misbruik van recht. Voor zorgverleners die geconfronteerd worden met een klacht in een bredere conflictsituatie biedt deze uitspraak aanknopingspunten voor een beroep op misbruik van recht. De volledige uitspraak leest u hier.