HomeEen medisch adviseur die volgens de tuchtrechter uit de bocht vliegt

Een medisch adviseur die volgens de tuchtrechter uit de bocht vliegt

image description

Regionaal Tuchtcollege Amsterdam, 8 november 2022

ECLI:NL:TGZRAMS:2022:156

 

Een arts/RGA stelt als zelfstandig werkend medisch adviseur op verzoek van een verzekeraar een tweetal medische rapporten op over de bij een verkeersongeval betrokken tegenpartij. In deze rapporten komt de arts tot de conclusie dat de lichamelijke klachten van de klager geen gevolg van het ongeval kunnen zijn. De klager is niet tevreden over de rapporten en stelt bij de tuchtrechter dat deze niet aan de daaraan te stellen eisen voldoen.

Het Regionaal Tuchtcollege (RTG) komt tot een scherp oordeel. Het RTG toetst de rapporten aan het zogeheten ‘Rijtje van 5’. De arts heeft allereerst op onzorgvuldige wijze uit brieven van medisch specialisten geciteerd. De weergave van de spreekuurnotities van de huisarts zijn ook niet goed weergegeven. Het weglaten van het bezoek aan de fysiotherapeut enkele dagen na het ongeval is onjuist en geeft alzo een onvolledig beeld van de situatie. Verder mocht de arts wel afgaan op de gegevens over de door de auto’s gereden snelheden zoals die aan hem waren verstrekt (10 km/u volgens de klager; 5 km/u volgens de tegenpartij). Het RTG volgt de arts echter niet in zijn aanname dat een low-impact botsing niet kan leiden tot de lichamelijke klachten die de klager heeft, mede in aanmerking genomen dat hier (mede) sprake is geweest van zijwaartse impact. De opmerking dat het inwerkend geweld geen verklaring vormt voor het opwekken van nekklachten is door de arts te stellig geformuleerd.

De medische adviesrapporten van de arts bevatten volgen het RTG diverse onvoldoende gefundeerde aannames waaruit een zekere mate van subjectiviteit of vooringenomenheid spreekt. Hiermee betracht de arts niet de zorgvuldigheid die hij volgens de in de medische professie aanvaarde gedragsregels zoals de KNMG gedragsregels voor artsen (KNMG, 2013) (NB ten tijde van deze uitspraak waren deze per 27 mei 2022 al vervangen door de Gedragscode voor Artsen; ON) en de beroepscode voor medisch adviseurs werkzaam in particuliere verzekeringszaken en/of personenschadezaken (GAV, september 2013). Het verdient, aldus het RTG, aanbeveling om in rapporten de aangeleverde informatie zo letterlijk mogelijk te vermelden en duidelijk te maken wanneer sprake is van interpretatie.

Samenvattend is het RTG van mening dat de arts in zijn medische adviesrapporten zowel onzorgvuldig is geweest in zijn weergave en/of (impliciete) interpretatie van de beschikbare informatie als ongefundeerde aannames heeft afgedaan. Dat betekent dat de rapporten de feiten en omstandigheden waarop zij berusten niet correct vermelden en dat de arts niet op inzichtelijke en consistente wijze heeft uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. De rapporten voldoen daarmee niet aan de eisen. De klacht is gegrond.

Wat betreft de opgelegde maatregel overweegt het RTG dat aan rapporten als deze een groot impact hebben op de uitkomst van geschillen over aansprakelijkheid, en daarmee op het leven van mensen in het algemeen en dat van de klager in het bijzonder. Bij de zwaarte van de maatregel weegt het RTG mee dat is gebleken dat de arts zich ervan bewust is dat hij binnen de beroepsgroep van geneeskundig adviseurs een afwijkend standpunt inneemt over whiplashklachten. Dit zou hem moeten brengen tot zorgvuldiger rapporteren. Bij het vaststellen van de maatregel speelt verder het tuchtrechtelijk verleden van de arts een rol. In de afgelopen 10 jaren zijn weliswaar geen tuchtrechtelijke klachten tegen de arts gegrond verklaard, maar de arts heeft een lange historie met klachten over dezelfde of vergelijkbare feitencomplexen, waarvan verschillende klachten wel gegrond zijn verklaard. De arts heeft er onvoldoende blijk van gegeven dat hij iets heeft geleerd van eerdere tuchtrechtelijke uitspraken of dat hij inzicht heeft in de onjuistheid van zijn manier van rapporteren. Nu er opnieuw sprake is van onzorgvuldigheid, vooringenomenheid en subjectiviteit bij het opstellen van medische adviesrapporten is de maatregel van berisping passend.

Uit deze uitspraak komt naar voren, dat de rapporterend arts van de tuchtrechter een forse douw krijgt. Een berisping is een maatregel die schuld en verwijtbaarheid tot uitdrukking brengt. De arts liet zich in deze zaak niet bijstaan door een belangenbehartiger, zoals een advocaat. Hoewel rechtsbijstand in tuchtzaken noch voor de klager noch voor de beklaagde verplicht is, kan het toch dienstig zijn deskundige hulp in te roepen. Behalve dat een beklaagde als procespartij emotioneel bij zijn eigen zaak betrokken is, kan advisering en ondersteuning helpen bij het formuleren van het verweer, het toelichten van het standpunt ter zitting en het wijzen op eventuele verzachtende omstandigheden in het geval een klacht gegrond mocht blijken te zijn. Het gebrek aan zelfreflectie, met kennelijk een lange historie van klachten, speelt de arts hier parten en heeft er bij het RTG toe geleid dat een relatief zware maatregel is opgelegd.

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!
  • Wanneer je op aanmelden drukt ga je akkoord met ons Privacy Statement.