HomeQ&A Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) 2018

Q&A Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) 2018

image description

De Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz 2018) is per 1 juli 2020 in werking getreden. De Wmcz 2018 vervangt de oude Wmcz.

Met de Wmcz 2018 is beoogd de positie van cliëntenraden te verstevigen. Een belangrijke wijziging is dat (onder meer) de koppeling aan de WTZi-toelating is verlaten en is aangesloten bij het begrip ‘instelling’ als bedoeld in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Dit heeft onder meer tot gevolg dat bijvoorbeeld ook medisch-specialistische bedrijven (MSB’s) in ziekenhuizen, privaat gefinancierde zorginstellingen en ‘onderaannemers’ onder de reikwijdte van de nieuwe wet vallen. Ook op zorgverleners in de eerste lijn zoals tandartsen, huisartsen en fysiotherapeuten is de Wmcz 2018 van toepassing.

De Wmcz 2018 voorziet in een termijn van 6 maanden voor het implementeren van een medezeggenschapsregeling. Tot 1 januari 2021 hebben zorginstellingen de tijd om een medezeggenschapsregeling in te stellen die aan de voorwaarden van de Wmcz 2018 voldoet.

In deze Q&A worden verschillende onderdelen van de Wmcz 2018 op hooflijnen uitgelicht.

  1. Wat houdt de Wmcz 2018 in?
  2. Wanneer treedt de Wmcz 2018 in werking en vanaf wanneer moeten zorginstellingen aan de wettelijke verplichtingen voldoen?
  3. Hoe dienen zorginstellingen kenbaarheid te geven aan vacatures voor de cliëntenraad?
  4. Op welke zorginstellingen is de Wmcz 2018 (niet) van toepassing?
  5. Geldt de Wmcz 2018 ook voor zorgconcerns?
  6. Is de Wmcz 2018 ook op ‘onderaannemers’ van toepassing?
  7. Kan een ‘onderaannemer’ aansluiting zoeken bij de cliëntenraad van de opdrachtgevende instelling?
  8. Welke rechten en bevoegdheden heeft een cliëntenraad? 
  9. Gelden er bijzondere verplichtingen voor instellingen voor langdurig verblijf?
  10. Kan een zorginstelling ook een centrale cliëntenraad instellen?
  11. Wat dient een medezeggenschapsregeling in te houden?
  12. Wat zijn de verplichtingen van een cliëntenraad ten opzichte van de cliënten van de instelling?
  13. In welke gevallen kan een cliëntenraad worden ontbonden?
  14. Wat is een commissie van vertrouwenslieden?
  15. Wie houdt toezicht op naleving van de Wmcz 2018?


Wat houdt de Wmcz 2018 in?

De Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz 2018) omvat wettelijke bepalingen met betrekking tot de medezeggenschap van cliënten in zorginstellingen. De Wmcz 2018 is per 1 juli 2020 in werking getreden en is in de plaats gekomen van de oude Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen. Met de Wmcz 2018 is beoogd de positie van cliëntenraden te verstevigen.

Naast de Wmcz 2018 geldt het Besluit Wmcz 2018. Deze AMvB omvat regels over de reikwijdte van de Wmcz 2018 en de inperking van de verplichting tot het instellen van een cliëntenraad.



Wanneer treedt de Wmcz 2018 in werking en vanaf wanneer moeten zorginstellingen aan de wettelijke verplichtingen voldoen?

De Wmcz 2018 is per 1 juli 2020 in werking getreden. Uiterlijk 1 januari 2021 dienen zorginstellingen een medezeggenschapsregeling te implementeren die aan de voorwaarden van de Wmcz 2018 voldoet en in samenspraak met de cliëntenraad is opgesteld. Als er (nog) geen cliëntenraad is ingesteld of als deze niet functioneert, dient overleg plaats te vinden met een representatief te achten delegatie van cliënten of hun vertegenwoordigers dan wel met een representatief te achten organisatie van cliënten.



Hoe zorginstellingen kenbaarheid te geven aan vacatures voor de cliëntenraad?

De instelling stelt de cliëntenraad in de gelegenheid om een vacature voor de raad op een daarvoor geschikte wijze onder de aandacht te brengen van de cliënten en hun vertegenwoordigers. In de Memorie van Toelichting op de wet zijn ter illustratie als ‘geschikte wijzen’ genoemd de opname in het bulletin of op het prikbord van de instelling of, bijvoorbeeld bij een ziekenhuis of thuiszorgorganisatie, via een advertentie in een lokaal of regionaal blad dan wel via de lokale omroep. Desgevraagd helpt de instelling de cliëntenraad daarbij.

Een duidelijke rol voor de cliëntenraad in de werving van nieuwe kandidaten voor de cliëntenraad draagt volgens de wetgever bij aan de gewenste onafhankelijkheid van cliëntenraden. Het vergroot tevens de transparantie, representativiteit en bekendheid van de cliëntenraad. Tevens wil de wetgever met dit voorschrift het risico verkleinen dat nieuwe leden alleen worden verkregen door een gerichte benadering door bijvoorbeeld bestaande leden of het bestuur.



Op welke zorginstellingen is de Wmcz 2018 (niet) van toepassing?

Voor de reikwijdte van de Wmcz 2018 is (onder meer) de koppeling aan de WTZi-toelating (zoals die onder de oude Wmcz gold) verlaten en is aangesloten bij het begrip ‘instelling’ als bedoeld in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). De definitie van een instelling volgens de Wkkgz is:een rechtspersoon die bedrijfsmatig zorg verleent, een organisatorisch verband van natuurlijke personen die bedrijfsmatig zorg verlenen of doen verlenen, alsmede een natuurlijke persoon die bedrijfsmatig zorg doet verlenen.’

Een instelling in voornoemde zin is verplicht een cliëntenraad in te stellen als in de regel een minimum aantal zorgverleners voor de instelling werkzaam is. Afhankelijk van de categorie zorg ligt de grens voor de verplichting om een cliëntenraad in te stellen bij 10 dan wel 25 zorgverleners.

De grens van 25 zorgverleners geldt voor instellingen;

– waarin cliënten niet gedurende ten minste een etmaal kunnen verblijven,

– én welke zorg niet bestaat uit zorg door medisch specialisten,

– of welke zorg niet bestaat uit persoonlijke verzorging, begeleiding of verpleging (als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet langdurige zorg of artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering).

Voor instellingen die bijvoorbeeld werkzaam zijn in de ‘eerste lijn’, zoals huisartsen, tandartsen, orthodontisten en fysiotherapeuten, geldt aldus de grens van 25. De grens van 10 zorgverleners geldt voor instellingen waarop niet de grens van 25 zorgverleners van toepassing is. Deze grens geldt bijvoorbeeld voor ziekenhuizen, medisch-specialistische bedrijven (MSB’s) en verpleeghuizen.

Bij het vaststellen van het aantal zorgverleners per instelling is niet van belang ten titel waarvan een zorgverlener binnen de instelling werkzaam is (arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht). Ook de omvang van de aanstelling van zorgverlener (fulltime of parttime) is niet relevant.

De woorden ‘in de regel’ duiden op een zekere continuïteit. Dit betekent dat niet iedere wijziging in het aantal zorgverleners ertoe leidt dat niet langer een cliëntenraad in stand behoeft te worden gehouden. Indien echter ten gevolge van bijvoorbeeld een reorganisatie of inkrimping van de activiteiten structureel sprake is van tien of minder zorgverleners, dan is de instelling niet langer verplicht om een cliëntenraad in stand te houden.



Geldt de Wmcz 2018 ook voor zorgconcerns?

Onder de Wmcz 2018 is (onder meer) de koppeling aan de WTZi-toelating (zoals die onder de ‘oude’ Wmcz gold) verlaten en is aangesloten bij het begrip ‘instelling’ als bedoeld in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz): ‘een rechtspersoon die bedrijfsmatig zorg verleent, een organisatorisch verband van natuurlijke personen die bedrijfsmatig zorg verlenen of doen verlenen, alsmede een natuurlijke persoon die bedrijfsmatig zorg doet verlenen.’

Hoewel de wettekst doet vermoeden dat het bij rechtspersonen uitsluitend zou gaan om rechtspersonen die de zorg zelf verlenen, valt onder het instellingsbegrip ook rechtspersonen die binnen concerngroepsverband zorg doen verlenen (zie MvT, Kamerstukken II 2017/18, 34858, 3, p. 40). Zowel de overkoepelende rechtspersoon (moedermaatschappij) als de onderhangende rechtspersoon (dochtermaatschappij) zijn normadressaat van de Wmcz 2018.



Is de Wmcz 2018 ook op ‘onderaannemers’ van toepassing?

Voor de reikwijdte van de Wmcz 2018 is (onder meer) de koppeling aan de WTZi-toelating verlaten en is aangesloten bij het begrip ‘instelling’ als bedoeld in de Wkkgz. Door deze loskoppeling geldt de verplichting tot het instellen van een cliëntenraad ook voor instellingen die (wel of niet uitsluitend) in opdracht van een andere instelling zorg verlenen, naast de opdrachtgevende instelling zelf. Ook een ‘onderaannemer’ zal dus een eigen cliëntenraad dienen in te stellen, als sprake is van in de regel -afhankelijk van de categorie zorginstelling- 10 dan wel 25 zorgverleners.



Kan een ‘onderaannemer’ aansluiting zoeken bij de cliëntenraad van de opdrachtgevende instelling?

Aansluiting bij de cliëntenraad van de opdrachtgevende instelling kan verdedigbaar zijn, in de situatie dat de onderaannemer uitsluitend werkzaam is ten behoeve van één opdrachtgever. In dat geval zijn de cliëntengroepen van de opdrachtnemende instelling en de opdrachtgevende instelling immers hetzelfde. Voorstelbaar is dan dat een personele unie van beide cliëntenraden wordt gemaakt. Deze mogelijkheid is in de Nota van Toelichting op het Besluit Wmcz 2018 genoemd in de verhouding tussen medisch specialistisch bedrijven (MSB’s) en ziekenhuizen, gelet op de verwevenheid van het ziekenhuis en het interne MSB. Daarbij is opgemerkt dat daarmee wordt voldaan aan de wettelijke voorwaarde dat een zodanige cliëntenraad redelijkerwijs representatief is te achten voor de cliënten van het ziekenhuis en van het MSB. De onderaannemer (bijv. het MSB) moet dan wel ook nog een eigen medezeggenschapsregeling opstellen (die in grote lijnen kan overeenkomen met die van de opdrachtgever (het ziekenhuis) en de toegang tot een commissie van vertrouwenslieden regelen.

Aan een personele unie kunnen ook nadelen kleven. Een daarvan is dat informatie over de onderaannemer ook terecht komt bij de cliëntenraad van de opdrachtgever. Dit kan onwenselijk zijn.



Welke rechten en bevoegdheden heeft een cliëntenraad?

Een cliëntenraad heeft advies- en instemmingsrechten. In de Wmcz 2018 is uitgewerkt in welke gevallen deze rechten kunnen worden uitgeoefend. Welke recht van toepassing is, hangt onder meer af van het onderwerp waarover de instelling voornemens is een besluit te nemen.

Ook heeft de cliëntenraad recht op informatie. Onder meer is de instelling verplicht de cliëntenraad tijdig en desgevraagd schriftelijk alle inlichtingen en gegevens te verstrekken die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft. Ook dient de instelling de cliëntenraad ten minste eenmaal per jaar mondeling of schriftelijk algemene gegevens te verstrekken omtrent het beleid dat in het verstreken tijdvak is gevoerd en in het komende jaar zal worden gevoerd. In meerdere artikelen is het recht op informatie van de cliëntenraad verankerd.

Verder is een cliëntenraad bevoegd de instelling ongevraagd te adviseren over onderwerpen die voor de cliënten van belang zijn en dient de raad in de gelegenheid te worden gesteld om een bindende voordracht te doen voor de benoeming van tenminste één lid van het toezichthoudende orgaan van de instelling.

Ook is aan een cliëntenraad bij instellingen die rechtspersoon zijn het recht van enquête toegekend. Dit houdt in dat een cliëntenraad bevoegd is om een verzoek in te dienen bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam tot het doen van onderzoek naar het beleid en de gang van zaken bij de instelling, indien (kort gezegd) wanbeleid wordt vermoed.



Gelden er bijzondere verplichtingen voor instellingen voor langdurig verblijf?

Voor instellingen die erop zijn ingericht cliënten langdurig te laten verblijven, gelden additionele verplichtingen in het kader van de Wmcz 2018, waaronder de volgende:

  • de instelling dient zijn cliënten en hun vertegenwoordigers in de gelegenheid te stellen om inspraak uit te oefenen in aangelegenheden die direct van invloed zijn op het dagelijks leven van de cliënten;
  • de instelling dient de desbetreffende cliënten alsmede hun vertegenwoordigers te informeren over hetgeen zij heeft gedaan met de resultaten van de inspraak;
  • de instelling dient de cliëntenraad in de gelegenheid te stellen om advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit inzake algemeen huisvestingsbeleid, alsmede een ingrijpende verbouwing, nieuwbouw of verhuizing van een instelling waarin deze cliënten verblijven, en de selectie en benoeming van personen die leiding geven aan degenen die zorg verlenen aan cliënten;

indien een instelling die erop is ingericht cliënten langdurig te laten verblijven of die bij cliënten thuis zorg laat verlenen, meerdere locaties in stand houdt, is deze instelling verplicht om voor elk van die locaties een cliëntenraad in te stellen, tenzij een voor zo een locatie representatief te achten delegatie van cliënten of hun vertegenwoordigers heeft aangegeven hier geen behoefte aan te hebben of dit in redelijkheid voor een of meer van die locaties niet aangewezen is.



Kan een instelling ook een centrale cliëntenraad instellen?

De Wmcz 2018 voorziet in de mogelijkheid een centrale cliëntenraad in te stellen. Dat biedt een instelling de mogelijkheid om in een medezeggenschapsstructuur een centrale cliëntenraad met meerdere decentrale cliëntenraden te combineren. In sommige gevallen – zeker bij grote zorgaanbieders – kan het de voorkeur van cliënten en zorgaanbieder hebben dat een cliëntenraad per vestiging of afdeling zich bezighoudt met besluiten over de dagelijkse gang van zaken op die locatie, terwijl de centrale cliëntenraad adviseert over meer algemene strategische beslissingen. Een opzet met meerdere raden en eventueel een centrale cliëntenraad geeft de cliëntenraad en de bestuurder de gelegenheid om in overleg te beoordelen wat in hun specifieke geval de beste structuur is voor de medezeggenschap.

Het is van belang dat in geval van meerdere cliëntenraden, waaronder eventueel een centrale cliëntenraad, er geen onduidelijkheid bestaat over de verdeling van taken en bevoegdheden van de onderscheiden cliëntenraden. Om die reden zullen de instelling en de verschillende cliëntenraden, waaronder de centrale cliëntenraad in de medezeggenschapsregeling vast moeten leggen wat de taken van de onderscheiden cliëntenraden zijn en hoe de verdeling van de bevoegdheden over de onderscheiden cliëntenraden is. Een dergelijke regeling, maar ook iedere wijziging van deze regeling, behoeft de instemming van alle afzonderlijke cliëntenraden.



Wat dient een medezeggenschapsregeling in te houden?

In een medezeggenschapsregeling wordt het aantal leden van een cliëntenraad, de wijze van benoeming en ontslag, welke personen tot lid kunnen worden benoemd en de zittingsduur van de leden geregeld. Deze regeling is zodanig dat een cliëntenraad redelijkerwijze representatief kan worden geacht voor de betrokken cliënten en redelijkerwijze in staat kan worden geacht hun gemeenschappelijke belangen te behartigen.

Verder schrijft de Wmcz 2018 voor dat in de medezeggenschapsregeling tevens wordt geregeld op welke wijze een cliëntenraad wordt betrokken bij de voorbereiding van besluiten over:

  • een wijziging van de doelstelling of de grondslag van de instelling;
  • een fusie of duurzame samenwerking waarbij de instelling is betrokken;
  • een overdracht van de zeggenschap over de zorg of een onderdeel daarvan;
  • een ingrijpende verbouwing, nieuwbouw of verhuizing van een instelling die erop is ingericht cliënten langdurig te laten verblijven;
  • de selectie en benoeming van personen die leiding geven aan degenen die zorg verlenen aan cliënten, indien het een instelling betreft die erop is ingericht cliënten langdurig te laten verblijven.

LOC Waardevolle zorg heeft in samenwerking met ActiZ, De Nederlandse ggz (voorheen GGZ Nederland) en Zorgthuisnl een model Medezeggenschapsregeling voor cliëntenraden en centrale cliëntenraad gemaakt. Ook voor de Jeugdzorg is er een model. Deze modellen zijn te downloaden op de website www.clientenraad.nl.



Wat zijn de verplichtingen van een cliëntenraad ten opzichte van de cliënten van de instelling?

Een cliëntenraad dient ervoor te zorgen dat de wensen en meningen van de betrokken cliënten en hun vertegenwoordigers regelmatig worden geïnventariseerd. Ook dient een cliëntenraad de betrokken cliënten en hun vertegenwoordigers over zijn werkzaamheden en de resultaten daarvan te informeren. Bij de uitvoering van deze taken dient de instelling de cliëntenraad te ondersteunen.

De cliëntenraad betrekt bij zijn werkzaamheden de resultaten van inspraak en informeert de betrokken cliënten en hun vertegenwoordigers hoe de raad dit heeft gedaan.



In welke gevallen kan een cliëntenraad worden ontbonden?

Een cliëntenraad kan alleen onder strikte voorwaarden door de instelling worden ontbonden.

Allereerst kan het zijn dat het aantal natuurlijke personen die in de regel bij een instelling zorg verlenen, beneden het aantal daalt waarbij de instelling een cliëntenraad dient in te stellen. In dat geval dient de instelling aan de cliëntenraad, de cliënten en hun vertegenwoordigers schriftelijk of elektronisch mede te delen of hij de cliëntenraad vrijwillig in stand zal houden dan wel de cliëntenraad zal ontbinden. In het geval van ontbinding, dient de instelling de cliëntenraad in stand te houden gedurende ten minste drie maanden na die mededeling.

Ten tweede kan de instelling een vrijwillig in stand gehouden cliëntenraad op grond van een belangrijke wijziging van de omstandigheden ontbinden. Bij een belangrijke wijziging van omstandigheden moet (volgens de Memorie van Toelichting) gedacht worden aan een zodanige wijziging van omstandigheden dat opheffing redelijkerwijs gerechtvaardigd is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een verdergaande inkrimping van taken en vermindering van het aantal zorgverleners.

Ten derde kan een instelling de cliëntenraad ontbinden indien deze structureel tekortschiet in de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de cliënten wier belangen hij dient te behartigen. De situaties waarin daarvan sprake kan zijn, zijn divers. Alle relevante feiten en omstandigheden die in het concrete geval spelen, zullen hiervoor dienen te worden beoordeeld.



Wat is een commissie van vertrouwenslieden?

De instelling is verplicht in overeenstemming met de cliëntenraad of cliëntenraden een uit drie leden bestaande commissie van vertrouwenslieden in te stellen. De commissie bestaat uit een lid dat door de instelling is aangewezen, een lid dat door de cliëntenraad of cliëntenraden wordt aangewezen en een lid door de beide andere leden wordt aangewezen. Ook kan de instelling een door een of meer cliëntenorganisaties en een of meer organisaties van instellingen ingestelde commissie van vertrouwenslieden aanstellen.

De commissie van vertrouwenslieden heeft tot taak te bemiddelen en zo nodig een uitspraak te doen. Van een uitspraak of een beslissing van de commissie van vertrouwenslieden kan in beroep worden gekomen bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.



Wie houdt toezicht op naleving van de Wmcz 2018?

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt toezicht op naleving van de Wmcz 2018. De wetgever heeft besloten de gang naar de kantonrechter zoals die onder de oude Wmcz gold te vervangen door publiek toezicht door de IGJ. De verwachting is dat deze route minder drempels kent voor de cliënt. Daarnaast kan de IGJ volgens de wetgever sneller en daadkrachtiger optreden en verbanden leggen met andere aspecten rond kwaliteit van zorg.


Advies?

Voor advies over de Wmcz 2018 kunt u contact opnemen met mr. M.E.F. Bots en mr. E. Luijendijk

Andere vragen?

Neem gerust contact met ons op!

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!
  • Wanneer je op aanmelden drukt ga je akkoord met ons Privacy Statement.