Home Studiekosten voor BBL-opleiding op grond van artikel 5.2 CAO VVT mogen niet op werknemer worden verhaald

Studiekosten voor BBL-opleiding op grond van artikel 5.2 CAO VVT mogen niet op werknemer worden verhaald

Bij uitspraak van 21 december 2023 heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat een zorginstelling de studiekosten voor een door de werknemer gevolgde BBL-opleiding ingevolge artikel 5.2 cao VVT niet bij de werknemer in rekening mocht brengen.

Feiten & omstandigheden

Werknemer was met ingang van 1 juli 2022 bij een zorginstelling werkzaam in de functie van leerling-helpende zorg en welzijn op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (eerste schakel BBL-traject). Op de arbeidsovereenkomst is de cao VVT van toepassing. In de arbeidsovereenkomst is een studiekostenbeding opgenomen op grond waarvan werknemer 80% van de studiekosten voor de BBL-opleiding moet terugbetalen aan werkgever als de arbeidsovereenkomst binnen een jaar na het behalen van het diploma op initiatief van de werknemer eindigt. Per 1 oktober 2023 heeft werknemer de arbeidsovereenkomst opgezegd. Werkgever heeft bij de eindafrekening diverse bedragen ingehouden op het salaris ter zake de verrekening van de studiekosten. Werknemer is het hier niet mee eens en start een kort geding. Werknemer vordert werkgever te veroordelen tot het alsnog uitbetalen van het salaris, primair omdat het studiekostenbeding nietig is op grond van artikel 7:611a BW en subsidiair omdat de cao VVT voorschrijft dat werkgever de volledige studiekosten draagt.

Oordeel voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter oordeelt dat het werkgever niet was toegestaan om studiekosten bij werknemer in rekening te brengen (door deze te verrekenen met het nog uit te betalen salaris). Tussen partijen is niet in geschil dat de cao VVT van toepassing is. Ingevolge artikel 5.2 cao VVT wordt functiegerichte scholing en scholing verplicht gesteld door de werkgever volledig vergoed in tijd en geld. De voorzieningenrechter overweegt dat tussen partijen vaststaat dat werkgever de BBL-opleiding voor werknemer verplicht had gesteld. Gevolg daarvan is dat voldaan is aan het criterium van artikel 5.2 cao VVT en dat de studiekosten volledig voor rekening van werkgever komen. Het is, kijkend naar de tekst van de cao, niet toegestaan om deze studiekosten alsnog (later) bij werknemer in rekening te brengen. De voorzieningenrechter wijst de vordering van werknemer op de subsidiaire grondslag toe. De primaire grondslag behoeft daardoor geen beoordeling meer. Werkgever wordt veroordeeld tot het uitbetalen van het salaris te vermeerderen met 25% wettelijke verhoging en de wettelijke rente.

Les voor de praktijk

Als werkgever dient u erop bedacht te zijn dat, als de cao voorschrijft dat (bepaalde) opleidingen volledig voor rekening van de werkgever komen, het (later) alsnog in rekening brengen van studiekosten bij de werknemer vermoedelijk geen stand zal houden. Bovenstaande uitspraak laat in ieder geval zien dat de kosten voor scholing op grond van artikel 5.2 cao VVT niet bij de werknemer in rekening mogen worden gebracht.

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!

Scroll naar boven