Aanwijzing stopzetting “Experiment vrije prijsvorming mondzorg” niet onrechtmatig geoordeeld

19-09-2012

Op 12 juli 2012 heeft de Minister een aanwijzing gegeven inhoudende dat het Experiment vrije prijsvorming mondzorg wordt stopgezet en dat met ingang van 1 januari 2013 maximumtarieven worden ingevoerd.
Verschillende belangenverenigingen vorderde in kort geding de buitenwerkingstelling van deze Aanwijzing en/of de Staat te verbieden de Aanwijzing te effectueren. Deze vordering slaagt niet.

 

In de kern heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat aan eisers moet worden toegegeven dat de besluitvorming tot stopzetting van het Experiment vragen oproept over de consistentie van het gevoerde beleid (zo is vastgesteld dat niet was voldaan aan de vooraf voor tussentijdse beëindiging van het Experiment geformuleerde voorwaarden en dat de Minister staatsrechtelijk niet verplicht was de motie-Kuiken c.s. voor stopzetting van het Experiment uit te voeren), maar dat een en ander onvoldoende is om te komen tot het oordeel dat de Aanwijzing als onmiskenbaar onrechtmatig moet worden aangemerkt. In zijn algemeenheid geldt immers dat de Staat - in dit geval de Minister - een ruime mate van vrijheid heeft om het gevoerde beleid te wijzigen, ook als daardoor eerdere verwachtingen of vooruitzichten teniet worden gedaan. Dit is slechts anders indien het oordeel zich opdringt dat de Minister - in aanmerking genomen de bij het besluit betrokken belangen - in redelijkheid niet tot het betreffende besluit heeft kunnen komen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarvan geen sprake.

 

Lees hier de volledige uitspraak van de Voorzieningenrechter te 's-Gravenhage (12 september 2012, LJN:BX7092).

 

Mr. Erik Luijendijk

e.luijendijk@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 845