Eerste Kamer akkoord met wetsvoorstel continuïteit cruciale zorg

29-11-2013

De Eerste Kamer heeft op 26 november jl. ingestemd met een wetsvoorstel van minister Edith Schippers (VWS) over het in stand houden van cruciale zorg. Met de aanname van dit wetsvoorstel wordt een belangrijke omslag in de gezondheidszorg gemaakt.

 

Wanneer zorgaanbieders door falend beleid in financiële problemen komen of failliet gaan, is het niet meer aan de overheid om deze instellingen op kosten van de premiebetaler overeind te houden. Met dit wetsvoorstel is deze omslag voltooid. De continuïteit van cruciale zorg blijft echter gewaarborgd. Patiënten en premiebetalers draaien dus niet langer op voor mismanagement en hoeven ook niet bevreesd te zijn dat er daardoor geen spoedeisende hulp, acute verloskunde, ambulancezorg, crisis-ggz of AWBZ–zorg in hun nabije omgeving geleverd kunnen worden.

 

Wanneer het mis gaat in een instelling is het conform de verantwoordelijkheden in het zorgstelsel eerst aan de aanbieder van cruciale zorg en de zorgverzekeraar – die immers een zorgplicht heeft – om een oplossing te bedenken. Pas als uiterste redmiddel kan de overheid overgaan tot het oprichten van een tijdelijke vangnetstichting.

 

Ook andere zaken worden met dit wetsvoorstel geregeld. Zo komt er een early warningsysteem: zorgaanbieders moeten verzekeraars – op vertrouwelijke basis – tijdig wijzen op risico’s voor de continuïteit van zorg. Verzekeraars moeten op basis van die informatie bijtijds melding maken als dreigt dat zij niet meer aan hun zorgplicht kunnen voldoen. Hierdoor kan bijvoorbeeld de IGZ extra toezien op de kwaliteit van zorg.

 

Daarnaast komt er een wettelijk verankerde fusietoets, die komt erop neer dat fusieplannen goed onderbouwd en eerst met direct betrokkenen (in ieder geval patiënten en werknemers) besproken moeten worden.

 

Een laatste element in het aangenomen wetsvoorstel is dat de overheid de wettelijke bevoegdheid krijgt om alleen in uiterste gevallen een instelling die tal van verschillende zorgvormen onder zich heeft, op te splitsen. In de praktijk zal dit gaan op signaal van de IGZ en niet eerder dan nadat de Nza een bedrijfskundige rapportage op de effecten van de inzet van deze bevoegdheid heeft afgegeven. Wettelijk is vastgelegd dat deze bevoegdheid een ultimum remedium is.

 

bron: www.rijksoverheid.nl

 

Mr. August de Hoogh

anl.dehoogh@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 862