Ontslagbesluit: aandeelhoudersovereenkomst prevaleert boven statuten

05-02-2014

In een kort geding procedure bij de Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2014:193) heeft één van de vier bestuurders en aandeelhouders van een besloten vennootschap gevorderd dat de andere aandeelhouders wordt verboden een besluit te nemen tot ontslag van deze bestuurder op grond van de statuten.

 

In de statuten is bepaald dat een besluit tot ontslag van een bestuurder in de algemene vergadering kan worden genomen met een twee/derde meerderheid. Daarentegen is in de aandeelhoudersovereenkomst bepaald dat een dergelijk besluit alleen kan worden genomen met unanimiteit van stemmen. De bestuurder beroept zich er op dat de aandeelhoudersovereenkomst aan zijn ontslag in de weg staat. Immers, de bepaling in de aandeelhoudersovereenkomst is juist opgenomen om dat voorkomen dat een bestuurder tegen zijn wil zou kunnen worden ontslagen. Daarnaast is in de aandeelhoudersovereenkomst expliciet opgenomen dat bij strijd met de statuten de aandeelhoudersovereenkomst prevaleert. De vraag is derhalve hoe de bepaling uit de statuten zich verhoudt tot de bepaling uit de aandeelhoudersovereenkomst.


De voorzieningenrechter stelt voorop dat als uitgangspunt heeft te gelden dat artikel 2:244 lid 2 BW meebrengt dat de bepaling dat een besluit tot ontslag van een bestuurder alleen met unanimiteit van stemmen kan worden genomen, niet in de statuten van een besloten vennootschap kan worden opgenomen. Dit laat naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter onverlet dat een dergelijke afspraak in de aandeelhoudersovereenkomst kan worden opgenomen. Niet valt in te zien dat nakoming van een dergelijke afspraak niet zou kunnen worden gevorderd. Afspraken die zijn neergelegd in een aandeelhoudersovereenkomst werken op grond van artikel 2:8 BW (de redelijkheid en billijkheid binnen de organisatie) immers door in de vennootschappelijke rechtsverhouding. Dat het belang van de aandeelhouders bij nakoming van de aandeelhoudersovereenkomst niet altijd parallel loopt met het vennootschappelijk belang, doet aan de gebondenheid aan een aandeelhoudersovereenkomst nog niet af. Dit neemt niet weg dat zich bijzondere omstandigheden kunnen voordoen die ertoe kunnen leiden dat de onverkorte nakoming van een aandeelhoudersovereenkomst op grond van artikel 2:8 lid 2 BW niet van een aandeelhouder kan worden verlangd. Dat zal zich kunnen voordoen als het belang van de vennootschap door onverkorte naleving van de aandeelhoudersovereenkomst, afgezet tegen het daarmee gediende aandeelhoudersbelang, in onaanvaardbare mate wordt geschaad. De voorzieningenrechter acht geen bijzondere omstandigheden in deze zaak aanwezig en wijst de vordering van de eisende bestuurder toe.


Klik hier voor de volledige uitspraak.
 

 

Mr. Erik Luijendijk

e.luijendijk@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 845