Fatbike en artikel 185 WVW – ja of nee?
Is artikel 185 WVW van toepassing bij een aanrijding tussen een fatbike en auto? En zo ja, komt de bestuurder van de auto een geslaagd beroep op overmacht toe als de bestuurder van de fatbike door rood licht is gereden? Deze vragen heeft de rechtbank Amsterdam recent beantwoord.
In deze procedure staat een aanrijding centraal die op 4 juli 2024 in Amsterdam heeft plaatsgevonden. Eiser reed met zijn fatbike op het fietspad van de Parnassusweg in de richting van het Olympiaplein en is op de kruising Parnassusweg en Stadionweg in botsing gekomen met de auto van gedaagde. Eiser vordert in deze procedure dat de rechtbank gedaagde en zijn WAM-verzekeraar hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de door eiser als gevolg van de aanrijding geleden schade.
Gedaagde en zijn WAM-verzekeraar voeren gemotiveerd verweer. Zij voeren primairaan dat in deze zaak het aansprakelijkheidsregime van artikel 6:162 BW, en niet die van artikel 185 WVW, van toepassing is. In dat kader voeren zij aan dat er aanleiding bestaat om aan te nemen dat de fatbike was opgevoerd en een snelheid van meer dan 25 km/uur kon bereiken en daarmee niet als elektrische fiets kan worden aangemerkt. Dat verweer slaagt echter niet. De rechtbank ziet op basis van de beschikbare stukken geen aanknopingspunten dat de fatbike tijdens de aanrijding niet aan de vereisten van een elektrische fiets voldeed, wat betekent dat het aansprakelijkheidsvraagstuk beoordeeld zal worden aan de hand van artikel 185 WVW.
Gedaagde en zijn WAM-verzekeraar voeren in dat kader subsidiair aan dat gedaagde geen enkel verwijt valt te maken van de aanrijding en dat hem een succesvol beroep op overmacht toekomt. Hoewel de drempel voor het aannemen van overmacht erg hoog ligt, slaagt dat verweer.
Het staat voor de rechtbank vast dat eiser met zijn fatbike met (relatief) hoge snelheid de kruising is opgereden en daarbij een rood verkeerslicht heeft genegeerd. Het fietsen door rood licht is, aldus de rechtbank, een ernstige verkeersfout die aan eiser is toe te rekenen. Gedaagde kan volgens de rechtbank niet worden verweten dat hij meer rekening had moeten houden met de mogelijkheid dat een fietser door rood fietst. Voor de rechtbank is het verder niet vast komen te staan dat gedaagde een andere verkeersfout heeft gemaakt en tot slot acht de rechtbank het van belang dat eiser tegen gedaagde is aangereden en niet andersom (de rechterzijde van de auto is beschadigd).
Het voorgaande maakt dat de rechtbank van oordeel is dat gedaagde rechtens geen enkel verwijt valt te maken ten aanzien van de wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen en dat gedaagde de aanrijding niet heeft kunnen voorkomen.