Home Jurisprudentieoverzicht Gezondheidsrecht april 2022

KBS

Jurisprudentieoverzicht Gezondheidsrecht april 2022

Zorgverzekeringswet (Zvw)

ECLI:NL:RBAMS:2022:1688
Standpunt Zorginstituut Nederland. Voldoet hooggebergtebehandeling aan stand van de wetenschap en praktijk? Gevolgen voor vergoeding via Zorgverzekeringswet. Standpunt is zorgvuldig tot stand gekomen. Geen onrechtmatig handelen Zorginstituut.

 

Jeugdwet

ECLI:NL:RBNHO:2022:2710
Geschil tussen zorgaanbieder en onderaannemer over het toepassen van andere tarieven op basis van een nieuwe methodiek. Verhouding tussen onderlinge afspraken en de overeenkomst met de gemeente.

ECLI:NL:RBOBR:2022:1194
Metabletica exploiteert een ggz-instelling. Zij levert onder andere zorg aan jeugdigen die wordt gefinancierd vanuit de Jeugdwet. Gezamenlijke zorginkoop door regiogemeenten.

Volgens Metabletica stelt de gemeente Eindhoven vanaf 1 januari 2019 tarieven vast voor gespecialiseerde jeugd-ggz die liggen beneden de kostprijs voor gespecialiseerde jeugd-ggz en heeft de gemeente de productcodes voor gespecialiseerde jeugd-ggz per 1 mei 2019 gewijzigd en handelt de gemeente daarom onrechtmatig jegens haar.

Processueel ondeelbare rechtsverhouding. De rechtbank heeft Metabletica in het tussenvonnis van 23 maart 2022 in de gelegenheid gesteld om naast de gemeente Eindhoven ook de zgn. regiogemeenten in rechte te betrekken.

 

Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg)

ECLI:NL:CBB:2022:182
Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), artikelen 1, 16, 35, 50, 57

Vaststelling van tarieven voor geriatrische revalidatiezorg (grz) voor het jaar 2021 op basis van een kostprijsonderzoek. Appellanten, aanbieders van grz, stellen zich op het standpunt dat de maximumtarieven te laag zijn. Het kostprijsonderzoek is deugdelijk uitgevoerd. De maximumtarieven zijn correct vastgesteld. Contracteerbeleid van zorgverzekeraars valt buiten het geding. Coronapandemie geen reden invoer nieuwe tarieven op te schorten. Beroepen ongegrond.

 

Subsidies

ECLI:NL:RVS:2022:1226
Bij besluit van 28 februari 2018 heeft de minister voor Medische Zorg en Sport de aanvraag om subsidie ‘eerstelijnsgezondheidscentra op een grootschalige nieuwbouwlocatie 2018’ van de stichting afgewezen. De stichting biedt eerstelijns gezondheidszorg aan in zeventien gezondheidscentra in Amsterdam. Volgens de minister komt de stichting niet in aanmerking voor subsidie voor de financiering van het gezondheidscentrum. De stichting is het hiermee niet eens.

ECLI:NL:RVS:2022:1071
Bij besluit van 29 maart 2019 heeft de minister voor Medische Zorg de aanvraag van de stichting om vergoeding van de kosten voor het huren van een extra operatiekamer in 2018 als gevolg van de opvang van cliënten van de CASA klinieken, afgewezen. De stichting heeft als doelstelling het scheppen van de mogelijkheid om op verantwoorde wijze zwangerschappen te beëindigen.. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de stichting niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten van € 65.063,94 extra of bijkomende kosten zijn, die niet vallen onder de Subsidieregeling en daarom voor de incidentele subsidie in aanmerking komen.

ECLI:NL:RBOVE:2022:989
Vaststelling subsidie in kader beschermd wonen voor cliënten met een ZZP GGZ c_indicatie; eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat verstrekking in het kader van een commerciële transactie heeft plaatsgevonden; niet uit onwil maar uit onwetendheid niet tijdig aan verplichtingen tot het indienen van een vaststellingsaanvraag voldaan; belangen van eiseres onvoldoende gewogen; beroep gegrond.

 

Geneesmiddelenwet

ECLI:NL:RBNHO:2022:3119
Gezamenlijk verzoek op grond van art. 96 Rv om vast te stellen of de tussen partijen beoogde samenwerking gunstbetoon is in de zin van de Geneesmiddelenwet. Partijen zijn niet-ontvankelijk in hun verzoek omdat tussen hen geen geschil bestaat.

ECLI:NL:RVS:2022:926
Bij besluit van 19 mei 2020 heeft de minister voor Medische Zorg aan [verzoeker] een vergunning verleend voor het bereiden en ter hand stellen van geneesmiddelen aan patiënten van zijn huisartsenpraktijk in een nader geduid gebied. [verzoeker] is sinds juli 2015 huisarts in Rouveen. In Rouveen is geen apotheker gevestigd. Bij besluit van 6 november 2020 heeft de minister het besluit van 19 mei 2020 gehandhaafd en het bezwaar van Apotheek De Veenhorst ongegrond verklaard. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak geoordeeld dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat vergunningverlening voor het aangevraagde gebied in het belang is van de geneesmiddelenvoorziening, nu de minister uitsluitend de bereikbaarheid van de dichtstbijzijnde apotheek heeft betrokken bij de beoordeling van dat belang.

ECLI:NL:RBMNE:2021:1430
De Minister van VWS heeft de boetes opgelegd, omdat het product Kruidvat Super Lash Care Serum dat eiseres in het handelsverkeer heeft gebracht, volgens verweerder een geneesmiddel is, waarvoor eiseres geen handelsvergunning heeft en waarvoor zij verboden reclame heeft gemaakt. Het geschil ziet op de vraag of het product een geneesmiddel is in de zin van de Geneesmiddelenwet.

De rechtbank oordeelt dat verweerder zich onvoldoende onderbouwd en onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat het product een geneesmiddel naar toediening is.

Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat eiseres de artikelen 40 en 84 van de Geneesmiddelenwet heeft overtreden. Verweerder was daarom niet bevoegd om eiseres de boetes op te leggen.

 

Samenwerking

ECLI:NL:RBGEL:2022:1587
Samenwerking tussen zorgverleners op het gebied van (wijk)verpleging, geen overeenkomst van opdracht, geen ongerechtvaardigde verrijking, vorderingen afgewezen.

ECLI:NL:GHARL:2022:2589
Geschil tussen anesthesiologen en orthopeden over beëindiging samenwerking binnen Ziekenhuisgroep Twente. Uitleg overeenkomst en daarbij te betrekken omstandigheden van het geval. Overeenkomst houdt in voortzetting van samenwerking, tenzij andere afspraak, en derdenbeding (6:253 BW). Begroting van vervangende schadevergoeding (6:87 BW) en eigen schuld (6:101 BW). Hoger beroep van ECLI:NL:RBOVE:2020:4622.

 

Zorg- en huurovereenkomst

ECLI:NL:RBOVE:2022:985
Gedaagde heeft zorgovereenkomst rechtsgeldig opgezegd. Met de zorgovereenkomst eindigt ook de huurovereenkomst.

ECLI:NL:GHAMS:2022:921
Mondelinge uitspraak op de voet van artikel 30p Rv. Woningcorporatie vordert ontruiming woning waarin appellant was gehuisvest op basis van een tussen hem en een zorginstelling gesloten overeenkomst. De zorginstelling huurde de woning van de woningcorporatie en onderverhuurde de woning aan appellant. De tussen de zorginstelling en appellant gesloten onderhuurovereenkomst is een gemengde overeenkomst waarin het zorgelement overheerst. Aan appellant komt geen huurbescherming toe.

Geen huurrelatie tussen de woningcorporatie en appellant en evenmin een zodanig nauw verband met een huurrelatie dat de kantonrechter op grond van artikel 93 sub c Rv bevoegd was. De kantonrechter heeft zich op verzoek van partijen op grond van artikel 96 Rv bevoegd geacht. Partijen hebben zich daarbij niet hoger beroep voorbehouden. Gelet op de tweede volzin van artikel 333 Rv staat daarom geen hoger beroep open tegen het vonnis van de kantonrechter.

 

Overig

ECLI:NL:RBLIM:2022:2814
Loonstop vanwege de weigering van een werknemer, werkzaam in de functie van zorgassistent, om een medisch mondkapje te dragen. Naar het oordeel van de kantonrechter is de met ingang van4 november 2021 door de werkgever aan haar medewerkers gegeven instructie om een medisch mondkapje te dragen te beschouwen als een redelijk ordevoorschrift. De werkgever heeft een zwaarwegend belang om dit van haar medewerkers te verlangen. De werkgever heeft immers de wettelijke plicht om haar kwetsbare cliënten en haar medewerkers te beschermen tegen de mogelijk ernstige gevolgen van Covid-19 en het belang om de zorg te kunnen blijven bieden door over voldoende personeel te kunnen beschikken. Het is niet komen vast te staan dat de werknemer vanwege medische redenen geen medisch mondkapje kán dragen. Geen recht op loon vanwege ziekte als bedoeld in artikel 7:629 BW dan wel vanwege situatieve arbeidsongeschiktheid op grond van artikel 7:628 BW.

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!

Scroll naar boven