Toestemming van betrokkene voor informatiedeling met Veilig Thuis en (toch) een gegronde tuchtklacht
Het komt geregeld voor dat bij het medisch tuchtcollege een klacht wordt ingediend, nadat een hulpverlener contact heeft gehad met Veilig Thuis. De situaties zijn vaak kwetsbaar en de zorgen die de informatiedeling met zich kunnen brengen voor betrokkenen zijn begrijpelijk en invoelbaar. Het delen van informatie met Veilig Thuis vraagt van hulpverleners dat zij een zorgvuldige afweging maken, waarbij ook de mogelijke gevolgen voor betrokkenen worden meegewogen. Dit benadrukte het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam in een recente tuchtprocedure tegen een huisarts.
Feiten en klacht
Tegen de huisarts werd een tuchtklacht ingediend door één van zijn patiënten. De patiënte was samen met haar ex-partner en minderjarige kinderen ingeschreven bij de praktijk van de huisarts. In 2020 zijn de patiënte en haar ex-partner uit elkaar gegaan en in gecompliceerde (familierechtelijke) procedures over onder meer het gezag over hun kinderen verwikkeld geraakt. In het najaar van 2024 werd door Veilig Thuis een onderzoek ingesteld naar aanleiding van signalen omtrent de kinderen en in dat kader verzocht Veilig Thuis met toestemming van patiënte de huisarts om informatie.
De huisarts gaf aan dit informatieverzoek gehoor. In een brief informeerde hij Veilig Thuis over (o.a.) zijn contacten met en indrukken van zijn patiënten en beschreef uitdrukkelijk ook psychische gezondheidsproblematiek bij patiënte. Patiënte raakte daarvan op de hoogte en verzocht de huisarts kort na verzending om de brief te wijzigen of een rectificatie naar Veilig Thuis te sturen. De huisarts weigerde dit verzoek, waarna patiënte Veilig Thuis zelf heeft laten weten het niet eens te zijn met de brief van de huisarts en dan met name niet met de daarin genoemde gediagnosticeerde persoonlijkheidsstoornis. Zij verzocht om verwijdering van de brief uit het dossier van Veilig Thuis en om toevoeging van enkele brieven van betrokken GGZ-behandelaars, waaruit (juist) volgde dat de diagnose niet was bevestigd.
De patiënte diende vervolgens een tuchtklacht in tegen de huisarts en verweet hem onvolledige en onjuiste informatie over haar aan Veilig Thuis te hebben verstrekt. De huisarts gaf aan de brief naar eer en geweten te hebben opgesteld, de brieven van de GGZ-behandelaars over het hoofd te hebben gezien en dat hij met de kennis van nu de diagnose persoonlijkheidsstoornis niet zou hebben vermeld.
Oordeel tuchtcollege
Het tuchtcollege oordeelt dat de huisarts meerdere onzorgvuldigheden heeft begaan en verklaart de klacht gegrond.
Het tuchtcollege oordeelt dat in de brief ten onrechte staat dat bij patiënte sprake zou zijn van een persoonlijkheidsstoornis en bovendien dat de brief een disbalans vertoont in inhoud en toon van de informatie over patiënte enerzijds en die over haar ex-partner anderzijds. Relevante informatie over de ex-partner ontbrak naar het oordeel van het tuchtcollege en van patiënte wordt een onjuist beeld geschetst.
Daarnaast stelt het college vast dat de huisarts de brief niet in concept heeft voorgelegd aan klaagster of haar op andere wijze van tevoren op de hoogte heeft gebracht van de inhoud van de brief. Dit is in strijd met de Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld van de KNMG. In de Meldcode staan enkele uitzonderingen op deze regel opgenomen, maar die deden zich hier niet voor. Daarbij wordt benadrukt dat de huisarts haar in de gelegenheid had moeten stellen om te reageren op de brief, ondanks de toestemming van patiënte aan Veilig Thuis om informatie in te winnen bij haar huisarts.
Maatregel
Het tuchtcollege acht het passend en geboden een signaal af te geven en legt de huisarts een berisping op. Het tuchtcollege overweegt in dat kader onder andere dat de huisarts zich onvoldoende bewust is geweest van de grote gevoeligheid van de informatie die hij aan Veilig Thuis heeft verstrekt en de verstrekkende gevolgen die zijn brief voor patiënte zou kunnen hebben. Hij had zich meer rekenschap moeten geven van de context van zijn brief en van de mogelijkheid dat zijn brief een groot gewicht in de schaal zou kunnen leggen in de toekomst van patiënte, met name in de verdere juridische procedures over de kinderen. Het tuchtcollege weegt ook uitdrukkelijk mee dat de huisarts heeft nagelaten de onjuiste informatie over de persoonlijkheidsstoornis van patiënte bij Veilig Thuis te rectificeren.
De uitspraak toont opnieuw het belang van de bekendheid met en het doorlopen van de stappen uit de Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld. Ook volgt uit de uitspraak de verantwoordelijkheid van de hulpverlener om zich in te spannen om onjuist gebleken informatie te rectificeren. De volledige uitspraak leest u hier: link.