Collega dient tuchtklacht in: bijzonder eigen belang benodigd

12-06-2017

Niet iedereen is altijd gerechtigd een klacht bij het medisch tuchtcollege in te dienen. Artikel 65 Wet BIG stelt daaromtrent beperkingen. Alleen een rechtstreeks belanghebbende, degene die aan de beklaagde een opdracht heeft verstrekt, de werkgever of de Inspectie voor de Gezondheidszorg kunnen tegen een zorgprofessional een tuchtprocedure aanhangig maken. Behoort de klager niet tot één van deze categorieën, dan zal de tuchtrechter hem niet-ontvankelijk verklaren.

 

In de zaak die leidde tot de uitspraak van 30 mei 2017 van het Regionale Tuchtcollege Amsterdam speelde de vraag of een psychiater die over een GZ-psycholoog klaagde als ‘rechtstreeks belanghebbende’ kon worden aangemerkt en dus klachtgerechtigd was. Dat bleek in die zaak niet het geval.

 

Feiten

De psychiater had een patiënte in behandeling, die wel een dienstverband heeft maar niet werkt vanwege klachten. In het kader van de arbeids(on)geschiktheidsbeoordeling bezocht de patiënte ook de bedrijfsarts. Die had vragen over de door de psychiater ingestelde behandeling en stelde daarom vragen aan een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog voerde vervolgens gesprekken met de patiënte en stelde daarna een rapport op, waarin zij kenbaar maakte vraagtekens te zetten bij de duur van de door de psychiater ingezette behandeling en de hoeveelheid van de door hem voorgeschreven medicatie.

 

De psychiater verweet de GZ-psycholoog vervolgens dat zij met dit rapport vijandig aan de belangen van patiënte had gehandeld. Zij had de problematiek van patiënte te licht ingeschat, waardoor ze de geloofwaardigheid van de beroepsgroep van klager geschaad. Met het indienen van de tuchtklacht wilde de psychiater opkomen voor de belangen van zijn patiënte in relatie tot haar werkgever. Hij heeft de werkgever willen bewegen patiënte ruimte te geven om te kunnen werken aan haar herstel.  

 

Klacht niet-ontvankelijk

Het tuchtcollege oordeelde dat aangezien zowel de klagende psychiater als de verwerende GZ-psycholoog werkzaam zijn in de gezondheidszorg en in die zin collega’s zijn. Volgens het tuchtcollege moet een klagende collega als medische professional een concreet belang hebben dat verband houdt met de individuele gezondheidszorg.

 

De klacht werd door het tuchtcollege niet-ontvankelijk verklaard. De klacht zag namelijk op de relatie tussen patiënte en de GZ-psycholoog en op de belangen van patiënte. Daarnaast stelde de psychiater dat de GZ-psycholoog met haar handelen zijn beroepsgroep heeft geschaad. Gelet hierop had de psychiater aan zijn stellingen geen bijzonder eigen belang verbonden en kon hij niet als ‘rechtstreeks belanghebbende’ in de zin van artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG worden aangemerkt, zo overwoog het tuchtcollege.

In een overweging in het belang van de kwaliteitsbevordering geeft het tuchtcollege overigens wel aan de GZ-psycholoog mee zich in haar beroepsuitoefening blijvend af te vragen waar de grenzen van haar bevoegd- en bekwaamheden liggen.

 

Conclusie

Uit de uitspraak blijkt dat indien een medisch professional tegen zijn collega een tuchtklacht wenst in te dienen, dan moet hij daar een concreet, bijzonder eigen belang aan verbinden en niet slechts opkomen voor de belangen van zijn patiënt. Daaruit blijkt dat ook in het medisch tuchtrecht het beginsel van ‘geen (eigen) belang, geen actie’ toepassing heeft.

 

Mr. Maurice Mooibroek

mf.mooibroek@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 212 28 16