Collega van de week

20-11-2017

Kan een arts bij de tuchtrechter klagen over het handelen van een collega-arts?

 

Een chirurg voert samen met twee cardiologen een operatie uit. De chirurg stelt dat als gevolg van het handelen van de beide cardiologen tijdens die ingreep de patiëntveiligheid onnodig in gevaar is gebracht. De chirurg stelt hierover vragen aan de voorzitter van de Raad van Bestuur van het ziekenhuis, die ook arts is. De chirurg klaagt er bij de tuchtrechter vervolgens over dat de voorzitter RvB van het incident geen melding heeft gedaan bij de daartoe geëigende instanties, het incident niet heeft geëvalueerd en de patiënt en zijn familie niet van het incident op de hoogte heeft gesteld.

 

De vraag die in deze tuchtrechtelijke procedure speelt is, of de chirurg als klager in zijn klacht ontvankelijk is. Op grond van de wet BIG kan bij de tuchtrechter alleen worden geklaagd door een rechtstreeks belanghebbende. Er moet sprake zijn van een rechtstreeks bij een behandeling op het gebied van de individuele gezondheidszorg betrokken belang.

Het tuchtcollege stelt vast dat de chirurg door de patiënt dan wel een nabestaande van de patiënt niet is gemachtigd om een tuchtrechtelijke procedure te voeren. Het enkele feit dat de chirurg persoonlijk bij de behandeling van de patiënt betrokken is geweest, is onvoldoende om hem als rechtstreeks belanghebbende aan te kunnen merken. De chirurg heeft dan ook geen concreet eigen belang om te klagen. De chirurg is niet in zijn professionele autonomie of in een ander aan de individuele gezondheidszorg gerelateerd belang geschaad.

 

Het tuchtcollege stelt fijntjes vast dat de maatschap de toelatingsovereenkomst met de chirurg had beëindigd. De chirurg was vervolgens een civiele schadevergoedingsprocedure tegen de maatschap gestart en had pas tijdens de loop van die procedure de klacht tegen de voorzitter van de RvB ingediend. Het tuchtcollege komt tot de conclusie dat de klacht tegen de voorzitter van de RvB niet anders kan worden uitgelegd dan als een (afgeleid) financieel belang gebaseerd op een arbeidsconflict. De chirurg is niet klachtgerechtigd en wordt om die reden in de klacht niet-ontvankelijk verklaard.

 

De les die uit deze uitspraak voortvloeit is, dat klagen van een arts tegen een collega-arts door het tuchtcollege niet zomaar wordt toegelaten. Er dient aan een aantal concrete eisen te worden voldaan wil een arts bij een klacht tegen een collega-arts als rechtstreeks belanghebbende worden aangemerkt. Het niet-ontvankelijk verklaren van de klacht houdt in dat deze op formele gronden wordt afgewezen en dat de tuchtrechter aan een inhoudelijke beoordeling niet toekomt.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 871