Deskundigenrapport onbruikbaar, bezwaren terecht

02-07-2015

De Rechtbank Rotterdam heeft in een uitspraak van 17 juni 2015 geoordeeld dat de door de aansprakelijk gestelde partij opgeworpen bezwaren tegen een deskundigenrapport, terecht waren. Het deskundigenrapport is daarmee volgens de rechtbank onbruikbaar geworden.

 

Het betrof een kwestie tussen een patiënt en de orthodontiepraktijk waar hij was behandeld. In geschil was of de uitgevoerde behandeling – ‘een Invisalign-behandeling’ – in overeenstemming met de professionele standaard was geweest en of sprake was van eigen schuld aan de zijde van de patiënt. Op verzoek van de patiënt had de rechtbank eerder een voorlopig deskundigenbericht gelast. Nadat de ingeschakelde deskundige zijn rapport had uitgebracht, heeft de patiënt de rechtbank in een deelgeschil verzocht om te oordelen over de aansprakelijkheidsvraag. De patiënt meende dat de uitgevoerde behandeling niet lege artis was verricht en baseerde zich daarbij op het uitgebrachte rapport.

 

De orthodontiepraktijk voerde, naast de stelling dat het verzoek niet in een deelgeschilprocedure past (welke stelling werd verworpen), aan dat de nodige bezwaren bestaan tegen het deskundigenrapport. Die bezwaren bestonden eruit dat de deskundige de patiënt niet had onderzocht, geen contact met de behandelaar had opgenomen, aan literatuur refereerde zonder die te overleggen of te noemen en geen acht had geslagen op de opmerkingen van de orthodontiepraktijk op het conceptrapport.

Hoewel op grond van de jurisprudentie een strenge maatstaf geldt voor het met succes bezwaar maken tegen een voorlopig deskundigenbericht – de bezwaren dienen ‘zwaarwegend en steekhoudend’ te zijn – slaagde de orthodontiepraktijk daar in deze zaak in. De rechtbank acht de bezwaren terecht en overweegt daarbij onder meer dat het ongelukkig is dat de deskundige niet tenminste naar de visie van partijen over het verloop van de behandeling, de medewerking van de patiënt daaraan en het resultaat van de behandeling heeft gevraagd en die in zijn oordeel niet heeft betrokken. Door niet te verwijzen naar bronnen en literatuur voldoet het rapport volgens de rechtbank voorts niet aan de daaraan te stellen eisen, te meer omdat daardoor niet verifieerbaar is dat de betreffende studies ten tijde van de uitgevoerde Invisalign-behandeling reeds beschikbaar waren. Ook weegt de rechtbank (zwaar) mee dat de deskundige niet gemotiveerd is ingegaan op de opmerkingen op het conceptrapport die zijdens de orthodontiepraktijk zijn geuit.

 

De rechtbank wijst het verzoek van de patiënt af, schuift het deskundigenrapport terzijde en overweegt dat een nieuw of nader deskundigenbericht nodig zal zijn, alvorens een oordeel kan worden gegeven over de vraag of de uitgevoerde behandeling in overeenstemming is met de professionele standaard. Evenwel geeft de rechtbank ook aan dat daarvoor in deze deelgeschilprocedure geen plaats is, gelet op de daarmee gepaard gaande investering in tijd, geld en moeite, afgewogen tegen het beperkte (geldelijke) belang van de patiënt in casu. In verband met dit geringe belang geeft de rechtbank partijen tot slot uitdrukkelijk in overweging om serieus de schikkingsmogelijkheden te onderzoeken.

 

Voor de uitspraak, klik hier.