Door patiënt heimelijk gemaakte geluidsopnamen geen onrechtmatig bewijs in tuchtprocedure

25-02-2016

Een klager mag heimelijk gemaakte geluidsopnamen van gesprekken met zijn behandelend arts(en) in een tuchtprocedure inbrengen als bewijs. Dat blijkt uit een zaak die recent aan het Centraal Tuchtcollege voor lag.

 

Klager verweet verweerder, tandarts, dat hij tekort was geschoten in de orthodontische behandeling en dat hij klager onheus bejegend had.

 

Om de onheuse bejegening te bewijzen overlegde klager in de tuchtprocedure (in hoger beroep) geluidsopnamen van een telefoongesprek en een gewoon gesprek tussen hem en de tandarts. Dat de opnamen zonder medeweten van de tandarts (of zijn assistente) waren gemaakt, zoals de tandarts aanvoerde, vond het Centraal Tuchtcollege in het onderhavige geval geen reden om de door klager gemaakte clandestiene geluidsopnamen uit te sluiten van het bewijs van wat over en weer tussen partijen is gezegd.

De geluidsopnamen mochten klager echter niet baten, nu daaruit naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege geen tuchtrechtelijk laakbare gedraging van de tandarts kon worden afgeleid. Ook de klacht over de orthodontische behandeling verklaarde het Centraal Tuchtcollege ongegrond.

 

Het heimelijk opnemen van gesprekken kan strafbaar zijn op grond van 139a Sr. Het aan derden verstrekken van heimelijk opgenomen gesprekken kan bovendien als een inbreuk op het recht op privacy worden beschouwd. Het tuchtcollege ziet daarin echter geen aanleiding om de geluidsopnames niet toe te laten als bewijs.

 

Op grond van deze zaak luidt het advies aan hulpverleners: wees u ervan bewust dat door de patiënt (heimelijk) gemaakte opnamen van gesprekken met u gebruikt kunnen worden als bewijs in een eventuele tuchtprocedure.

 

De tuchtuitspraak vind u hier.

 

Mr. Maurice Mooibroek

mf.mooibroek@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 212 28 16