Gebruik OK-faciliteiten niet aangemerkt als huurovereenkomst

05-04-2012

De voorzieningenrechter te Arnhem heeft zich op 29 december 2011 uitgesproken over de vraag of sprake is van een huurovereenkomst in het geval van de gezamenlijke exploitatie van (OK-)faciliteiten in een ziekenhuis. De ene partij is het ziekenhuis dat het ziekenhuisgebouw met (OK-)faciliteiten huurt (ziekenhuis A). De andere partij is een landelijk categoraal ziekenhuis met behandelcentra op diverse plaatsen in Nederland (ziekenhuis B).

 

Sinds 2006 hebben partijen gesprekken gevoerd over het voor gezamenlijke rekening gaan exploiteren van (OK-)faciliteiten in het gebouw dat ziekenhuis A huurt. In verband daarmee verricht ziekenhuis B vanaf 2007 diverse behandelingen in dit gebouw op de maandagen. Van een schriftelijke overeenkomst is geen sprake. Ziekenhuis A zegt "het contract" in 2011 op met inachtneming van een termijn van een half jaar. Ziekenhuis B komt daartegen in verweer bij wege van kort geding.

 

Ziekenhuis B vordert primair nakoming van de huurovereenkomst en subsidiair nakoming van de huurovereenkomst gedurende de vast te stellen periode van ontruimingsbescherming. Aldus meent ziekenhuis B dat zij huurbescherming geniet. Volgens haar hebben de mondelinge afspraken overwegend de strekking van een huurovereenkomst, omdat zij vooral gebruik maakt van de (OK-)ruimten en daarvoor een vergoeding betaalt.

 

De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee. Het gebruik en de tegenprestatie van ziekenhuis A zien namelijk op veel meer dan alleen de terbeschikkingstelling van (OK-)ruimten, waaronder inlening van OK-personeel, OK-faciliteiten, dagverpleging, gebruik van apparatuur en materieel, enzovoorts.

 

Voor beantwoording van de vraag of sprake is van een huurovereenkomst zijn niet de elementen van huur beslissend, te weten het door de verhuurder verstrekken van het genot van een (identificeerbare) zaak aan de huurder, in ruil waarvoor de huurder een bepaalbare tegenprestatie verricht. Het komt erop aan of in de gegeven omstandigheden, gelet op hetgeen partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, de inhoud en strekking van de overeenkomst van dien aard zijn dat die overeenkomst in zijn geheel beschouwd als een huurovereenkomst kan worden aangemerkt. In casu is sprake van een samenwerkingsovereenkomst, ook al bevat de overeenkomst elementen van huur.

 

Deze uitspraak leert om heldere contractsafspraken te maken. Het enkele gebruiksgenot van een ruimte tegen betaling van een vergoeding levert nog geen huurovereenkomst en dus geen huurbescherming op.

 

Klik hier voor de volledige uitspraak (LJN: BU9647).

 

Mr. Niels van den Burg

n.vandenburg@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 868