Glaasje op, Laat je keuren!

25-04-2018

Hoe beoordeelt de tuchtrechter een rapport van een psychiater met betrekking tot alcoholmisbruik in het verkeer?

 

Een automobiliste wordt voor de tweede keer onder invloed van alcohol aangehouden. Een psychiater verricht in opdracht van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) in het kader van een zogeheten Vorderingsprocedure op grond van de Wegenverkeerswet onderzoek of de automobiliste voldoet aan de geschiktheidseisen voor een rijbewijs.

 

In het kader van het onderzoek vindt laboratoriumonderzoek plaats en wordt de automobiliste geïnterviewd door een psycholoog. Vervolgens wordt de automobiliste door de psychiater zelf gezien.

De psychiater komt in haar rapport tot de conclusie dat de psychiatrische diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ moet worden gesteld. Het CBR heeft de automobiliste vervolgens ongeschikt bevonden om auto te rijden.

 

De automobiliste beklaagt zich bij de tuchtrechter en stelt dat de psychiater een onjuiste diagnose heeft gesteld en dat het rapport om diverse redenen niet deugt.

 

Het tuchtcollege overweegt dat op het onderzoek de Richtlijn Diagnostiek en Stoornissen in het gebruik van alcohol in het kader van CBR-keuringen (2011) van toepassing is. Bij de diagnostiek bij CBR-keuringen staat niet – zoals in de reguliere geneeskunde – het behandelbelang van de patiënt, maar het algemeen belang van de verkeersveiligheid centraal. Het doel van CBR-keuringen is, aldus de Richtlijn, om aan te tonen of uit te sluiten dat sprake is van een stoornis die de verkeersveiligheid in gevaar brengt. Door de verschillen tussen gewone diagnostiek en forensische diagnostiek, dient de diagnostiek bij CBR-keuringen in hoofdzaak gebaseerd te zijn op gegevens die niet afhankelijk zijn van de medewerking van de gekeurde, zoals medische gegevens en de omstandigheden waaronder het rijden onder invloed plaatsvond, aldus de Richtlijn. Gelet op de ingrijpende gevolgen die een ongeldigverklaring van het rijbewijs voor betrokkenen kan hebben, vereist een dergelijk rapport een zorgvuldig onderzoek van een arts.

 

Het tuchtcollege komt tot de conclusie dat er geen aanwijzing is dat bij de automobiliste sprake is van alcoholproblematiek. De laboratoriumuitslagen leverden geen bijzonderheden op en het psychologisch en psychiatrisch onderzoek (in enge zin) evenmin. Verder zijn de bevindingen van de psychiater in het rapport telkens marginaal van aard. De psychiatrische diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ is niet gebaseerd op afdoende psychiatrisch onderzoek; uit psychiatrisch oogpunt is zelfs niets toegevoegd. Het rapport kan uit oogpunt van vakkundigheid en zorgvuldigheid de tuchtrechtelijke toets der kritiek dan ook niet doorstaan. Het onderzoek van de psychiater is te routinematig en te oppervlakkig geweest.

De klacht is gegrond en de psychiater krijgt de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

 

De les die uit deze uitspraak volgt is, dat artsen die in opdracht van het CBR keuringen verrichten er rekening mee dienen te houden dat hun rapporten door de tuchtrechter worden getoetst aan de hand van de toepasselijke CBR-Richtlijn. Rapporten moeten zorgvuldig en vakkundig worden opgesteld. Ten aanzien van de conclusie van het rapport wordt beoordeeld of de arts in redelijkheid tot zijn of haar conclusies heeft kunnen komen.

 

De uitspraak van het tuchtcollege treft u hier aan.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 866