NZa teruggefloten bij invoering normatieve huisvestingscomponent

27-11-2015

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 12 november jl. geoordeeld dat de Nederlandse zorgautoriteit ook in huursituaties dient te beoordelen of de gevolgen van de invoering van integrale tarieven in de care en geleidelijke invoering van de normatieve huisvestingscomponent (NHC) niet tot onevenredige gevolgen lijdt. Instellingen die financieel in de problemen komen door de invoering van de NHC kunnen onder omstandigheden een beroep doen op de hardheidsclausule van artikel 4:84 Awb.

 

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 1 juni 2011  aan de Tweede Kamer een brief gestuurd over de invoering van integrale tarieven voor de langdurige zorg en de gehele GGZ. Hierin is onder meer opgenomen dat het zowel tijdens de overgangsperiode van 2012 tot en met 2018 als daarna uiteraard zo kan zijn dat een instelling in een individueel geval het niet eens is met de uitkomst van de toepassing van de dan geldende beleidsregels door de NZa en dat een zorginstelling die meent onevenredige gevolgen te ondervinden van de invoering van de NHC dan een beroep kan doen op de hardheidsclausule in de zin van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

Stichting Huis ter Leede (HTL), een woonzorginstelling in de care, is door een cumulatie van factoren niet in staat haar bedrijfsvoering met de daarbij behorende kosten in de door de Minister gehanteerde overgangsperiode van zes jaar aan te passen aan het nieuwe financieringssysteem op basis van de NHC.  Het gaat om de volgende cumulatie van factoren.

  • HTLheeft in 2000 een huurovereenkomst gesloten met een looptijd van 20 jaar. Op het moment dat de huurovereenkomst werd gesloten, was er geen zicht op een verandering van het financieringssysteem. Deze huurovereenkomst is niet opzegbaar.
  • De verhuurder is niet bereid tot aanpassing van de huurovereenkomst. De zorginstelling kan niet zomaar een ander geschikt gebouw vinden. HTLheeft de NZa voorgesteld om in gezamenlijk overleg met de verhuurder te treden. Op dit voorstel is verweerster niet ingegaan.
  • HTL heeft met toestemming van het CBZ twee renovaties/verbouwingen uitgevoerd en geïnvesteerd in de inrichting van het gehuurde. Deze verbouwingen en investeringen hebben tot een huurverhoging geleid. De huurprijs is door het CBZ vastgesteld.
  • HTL is een kleine zorgaanbieder met slechts één locatie.
  • De verhuurder berekent de huurprijs aan de hand van de werkelijke kapitaallasten die gebaseerd zijn op annuïtaire afschrijvingen en niet op basis van lineaire afschrijvingen. Het verzoek van HTL tot wijziging van de afschrijvingssystematiek heeft NZa eveneens geweigerd. Hierdoor is de boekwaarde van het gebouw zowel bij aanvang van de overgangsperiode als aan het einde van de overgangsperiode hoger dan bij lineaire afschrijvingen het geval zou zijn geweest, wat tot gevolg heeft dat HTL een hogere huur betaalt.

 

De financiële gevolgen van de invoering van de NHC zijn bovendien substantieel. HTL heeft daarom de NZa verzocht om gedurende de overgangsperiode 2012-2017 in afwijking van de beleidsregels nog de werkelijke kapitaallasten, waaronder de huurlasten, op nacalculatiebasis in haar budget op te nemen. Dit verzoek heeft de NZa geweigerd, kort gezegd om dat geen sprake zou zijn van bijzondere omstandigheden.

 

Naar het oordeel van het CBb (klik hier voor de uitspraak) is de  geschetste cumulatie van factoren een bijzondere omstandigheid waarmee noch in de voorhangbrief, noch in de aanwijzing, noch in de Beleidsregel invoering normatieve huisvestingscomponent bestaande zorgaanbieders, noch in de beslissing op bezwaar kenbaar rekening is gehouden. Nu HTL voorts aannemelijk heeft gemaakt dat zij door de verandering van de bekostiging van de kapitaallasten in haar voortbestaan bedreigd wordt, is sprake van een gevolg als bedoeld in artikel 4:84 Awb dat wegens de hiervoor genoemde bijzondere omstandigheid onevenredig is in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

 

Zorginstellingen die onevenredig zwaar worden getroffen door de invoering van de NHC en die bijzondere omstandigheden kunnen aanvoeren waarom zij niet in staat zijn om hun vastgoedstrategie aan te passen, kunnen de NZa dan ook met een beroep op de hardheidsclausule verzoeken om een andere vergoeding toe te kennen ter dekking van de kapitaalslasten dan de NHC.

 

Huis ter Leede werd in de procedure die tot deze uitspraak heeft geleid bijgestaan door mr. Niels van den Burg

 

Mr. Niels van den Burg

n.vandenburg@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 868