Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte na brand

19-12-2011

Op 27 mei 2011 heeft de Hoge Raad zich uitgesproken over de ontbinding van een huurovereenkomst (290-bedrijfsruimte) nadat het gehuurde pand was verwoest door brand. Pas na ruim zes maanden hadden de huurders de overeenkomst ontbonden. Ondanks dit ruime tijdsverloop heeft de ontbinding stand gehouden.

 

Daarvoor is van belang dat de verhuurder pas ruim zes maanden na de brand met het herstel is aangevangen, en het gehuurde al ruim zeven maanden niet door huurders kon worden gebruikt. Dit terwijl huurders al een half jaar eerder aan verhuurder hadden laten weten de huur na herstel te willen voortzetten, zodat de herstelverplichting van verhuurder reeds toen een aanvang nam. Verhuurder wist ook dat huurders hun zaak in een ander huurpand hadden voortgezet. Voorts is relevant dat in artikel 12 van de huurovereenkomst was bepaald dat de verhuurder het gehuurde zonder vertraging diende te herstellen. Daaraan had de verhuurder niet voldaan, waardoor nakoming blijvend onmogelijk was geworden.

 

Ook de wet (artikel 7:210 BW) geeft de huurder (en verhuurder) de mogelijkheid de huurovereenkomst te ontbinden, indien een gebrek waarvoor de verhuurder niet aansprakelijk is, het genot dat de huurder mocht verwachten geheel onmogelijk maakt (bijvoorbeeld in geval van verwoesting door brand). Volgens het Hof Arnhem is de huurder ook in dat geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid gehouden binnen redelijke termijn een keuze te maken voor voortzetting of beëindiging van de overeenkomst en zijn of haar wens aan de verhuurder mede te delen. Daaraan hadden huurders in deze kwestie echter niet voldaan. Huurders hadden hun ontbinding echter mede gestoeld op de toerekenbare tekortkoming van de verhuurder (artikel 6:267 BW) dat hij niet zonder vertraging voor herstel had zorg gedragen. Op deze grond hield de ontbinding stand.

 

Klik hier voor de volledige uitspraak.
 

 

Mr. Erik Luijendijk

e.luijendijk@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 845