Opnieuw vraagstuk over vrije advocaatkeuze bij rechtsbijstandsverzekering

25-04-2014

Bij vonnis d.d. 18 maart 2014 (publicatiedatum: 14 april 2014) (ECLI:NL:RBAMS:2014:1920) heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam in een geding over vrije advocaatkeuze een prejudiciĆ«le vraag voorgelegd aan de Hoge Raad. Centraal staat de vraag of een verzoek van een werkgever aan het UWV om toestemming te verlenen voor opzegging van een arbeidsverhouding (in de zin van artikel 6 Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) valt onder het begrip ‘gerechtelijke of administratieve procedure’ zoals bedoeld in artikel 4:67 Wet financieel toezicht (Wft) en de Europese Richtlijn voor Rechtsbijstandsverzekeraars (de Richtlijn).

 

De voorzieningenrechter is van oordeel dat aan de Hoge Raad de uitlegging van het begrip “gerechtelijke of administratieve procedure” zoals bedoeld in artikel 4:67 Wft moet worden gevraagd en niet de vraag wat de bedoeling van de wetgever is geweest. De Hoge Raad kan bij de te geven uitleg acht slaan op de wetsgeschiedenis, maar de vraag wat de Nederlandse wetgever voor ogen heeft gestaan bij de invoering van artikel 4:67 Wft is te beperkt om op basis van het antwoord op die vraag het kernpunt van dit geschil te kunnen beslechten. Verder zal de Hoge Raad het begrip richtlijnconform uitleggen.

 

Het recht op vrije advocaatkeuze houdt de gemoederen al enige tijd bezig. In 2013 had het Europese Hof van Justitie bepaald (arrest 7 november 2013; ECLI:EU:C:2013:717) dat rechtsbijstandverzekeraars hun verzekerden een vrije advocaatkeuze moeten bieden in geval van een gerechtelijke of administratieve procedure. Volgens het Europese Hof is het derhalve niet toegestaan dat verzekeraars in de verzekeringsovereenkomst opnemen dat de kosten voor een externe rechtsbijstandsverlener slechts vergoed worden indien de verzekeraar van mening is dat de behandeling van de zaak aan een externe rechtshulpverlener moet worden uitbesteed. Het maakt volgens het Hof geen verschil of rechtsbijstand voor de desbetreffende gerechtelijke of administratieve procedure naar nationaal recht verplicht is.

 

Met inachtneming van deze uitspraak van het Europese Hof heeft de Hoge Raad op 21 februari 2014 geoordeeld (ECLI:NL:HR:2014:396) dat een verzekerde van DAS Rechtsbijstand terecht had aangevoerd dat het recht op vrije keuze van rechtshulpverlener niet afhankelijk is van een besluit van de rechtsbijstandsverzekeraar dat de zaak door een externe rechtshulpverlener zal worden beantwoord.

 

Naar aanleiding van de prejudiciele vraag van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam zal de Hoge Raad zich thans dienen te buigen over de vraag of een UWV-ontslagprocedure onder het begrip 'gerechtelijke of administratieve' procedure valt. Als de Hoge Raad deze vraag bevestigend beantwoordt, hebben verzekerden ook voor een dergelijke procedure recht op een advocaat naar keuze. Wordt vervolgd!

 

Klik hier voor de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam van 18 maart 2014 (ECLI:NL:RBAMS:2014:1920).

 

Mr. Marjolijn Gregoor

ma.gregoor@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 813