Positie personeel bij verlies aanbesteding Thuiszorg

16-12-2012

De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Dordrecht heeft op 13 december 2012 in kort geding een belangrijke uitspraak gedaan over de uitleg van artikel 12.3 van de CAO Verpleeg- en Verzorgingshuizen en thuiszorg (VVT).

 

Stichting Rivas Zorggroep, bijgestaan door mrs. J.H. Plantenga en N. van den Burg van KBS Advocaten N.V., is een van de partijen de tot en met 31 december 2012 op verzoek van verschillende gemeenten in de regio Gorinchem Hulp bij het huishouden verzorgt in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor inwoners van die gemeenten. De gemeenten hebben in 2012 een Europese openbare aanbesteding uitgeschreven voor de uitvoering van Hulp bij het huishouden over de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014.

 

Rivas Zorggroep heeft bij de nieuwe aanbesteding niet ingeschreven. De opdracht is door de gemeenten eind november 2012 gegund aan verschillende andere zorgverleners.

 

In de aanbestedingsdocumenten hebben de gemeenten een bepaling opgenomen inzake de overname van personeel. Daarin staat ondermeer: "(...) is iedere opdrachtnemer verplicht om met degenen die vóór hem voor de gemeenten HH hebben verleend in overleg te treden over de overname van het daarbij betrokken personeel conform hetgeen is bepaald in artikel 12.3 van de huidige Cao VVT en met inachtneming van artikel 10a van de wettekst (…).”.

 

In artikel 12.3 lid 2 van de CAO VVT staat ondermeer:

"d. De verliezende werkgever(s) stelt (stellen) een (gezamenlijk) overzicht op met werknemers als bedoeld in lid 2 sub c. Daarbij worden de werknemers evenredig ingedeeld, waarbij tenminste rekening wordt gehouden met: – functiegroep; – de contractuele arbeidsduur.

e. In goed onderling overleg tussen de verkrijgende werkgevers vindt een redelijke en evenredig gespreide verdeling van het aantal werknemers plaats, te meten op FTE-basis en rekening houdend met de indeling als bedoeld in sub d. f. De verkrijgende werkgever(s) is (zijn) verplicht aan de op grond van de sub e verdeelde werknemer(s) een arbeidsovereenkomst aan te bieden. Deze arbeidsovereenkomst wordt aangegaan tegen dezelfde cao-arbeidsvoorwaarden zoals die laatstelijk op de werknemer van toepassing waren bij de verliezende werkgever."

 

Tussen partijen was o.a. in geschil a) of Rivas door niet in te schrijven in de aanbesteding wel een verliezende werkgever is en b) of de nieuwe zorgverleners aan het personeel van Rivas een arbeidsovereenkomst moeten aanbieden tegen gelijke arbeidsvoorwaarden zoals die voor de betreffende werknemer laatstelijk golden bij Rivas.

 

De Voorzieningenrechter oordeelt in overweging 4.2. dat "uit de Memorie van Toelichting op art 10a Wmo volgt dat de verliezende partij gelijk wordt gesteld aan de niet meedingende aanbieder die het werk na de nieuwe aanbesteding niet meer zal uitvoeren. De in art 10a Wmo neergelegde overlegverplichting is voor de verliezende partij, en dus ook voor de niet meedingende aanbieder, een instrument om het overleg af te dwingen (paragraaf 5 van de memorie van toelichting). Rivas heeft dus als niet meedingende aanbieder het recht de Verkrijgende partijen tot overleg te dwingen.

 

In rechtsoverweging 4.6 overweegt de Voorzieningenrechter dat: "de bedoeling van het verplichte overleg is, gelet op de memorie van toelichting, behoud van rechtspositie van de werknemer en behoud van concurrentiekracht (paragraaf 2), bevorderen van rust in de thuiszorg, welke doel wordt bereikt door - zodra het volume
duidelijk is - de verplichting personeel over te nemen, net als bijvoorbeeld bij het openbaar vervoer het geval is (paragraaf 5). Anders dan de Verkrijgende partijen aanvoeren, staat het hen niet vrij mindere arbeidsvoorwaarden aan te bieden dan die de thans voor de betrokken werknemers bij Rivas gelden. Dit zou in strijd zijn met de hiervoor omschreven bedoeling. Op grond van het bepaalde in art. 12.3 lid 3 sub f is de Verkrijger dus verplicht de betrokken werknemer dezelfde arbeidsvoorwaarden aan te bieden als de voorwaarden die Rivas thans met die werknemer is overeengekomen."

 

Uit de uitspraak volgt dat zorgaanbieders die inschrijven op aanbestedingen in de sector Verpleeg- en Verzorgingshuizen en thuiszorg (VVT) rekening moeten houden met een mogelijke overgang van personeel en de daaraan verbonden financiële consequenties.

 

Tegen het vonnis van de Voorzieningenrechter kan nog appel worden ingesteld.

 

Mr. Niels van den Burg

n.vandenburg@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 868