AOV bij wild personeelsfeest

06-06-2016

De verzekerde had in 2006 een woonlastenverzekering bij arbeidsongeschiktheid afgesloten. In 2010 was verzekerde aanwezig bij een afscheidsfeest van een collega. Dit feest vond plaats in de kantine van zijn werkgever, een pannendekkersbedrijf. Op het feest werd ruim alcohol genuttigd. Op enig moment werd het feest bezocht door een persoon die een collega kwam ophalen. Deze persoon had een stuk illegaal vuurwerk bij zich. Verzekerde heeft dit vuurwerk in de kantine zittend met de handen onder een tafel aangestoken. Het vuurwerk is in de rechterhand van verzekerde ontploft. De vingers van die hand is hij (grotendeel) kwijt geraakt, waardoor hij zijn beroep van pannendekker niet heeft kunnen uitoefenen. Vast staat dat het raam dicht was en niet snel kon worden geopend vanwege de voorwerpen die ervoor stonden.

 

Uitsluiting

De verzekeraar deed een beroep op de uitsluitingsclausule in de verzekeringsvoorwaarden: “geen uitkering wordt verleend voor arbeidsongeschiktheid ontstaan, bevorderd of verergerd door of in verband met: (…) een handeling waarbij de verzekerde het leven en het lichaam bewust en roekeloos in gevaar brengt, tenzij dit redelijkerwijs noodzakelijk was ter vervulling van zijn beroep, bij rechtmatige zelfverdediging of bij pogingen tot het redden van personen en/of zaken (…)”

 

Doel AOV

De rechtbank had het beroep op de uitsluitingsclausule gehonoreerd en de vordering van verzekerde afgewezen. Dit oordeel is door het Gerechtshof Amsterdam in een op 31 mei 2016 gepubliceerd arrest van 22 december 2015 vernietigd. Het hof heeft overwogen dat het beding deel uitmaakt van algemene verzekeringsvoorwaarden die bestemd zijn om in een groot aantal contracten te worden gebruikt en waarover niet is onderhandeld. Voorts heeft het hof de aard en inhoud van de verzekeringsovereenkomst in aanmerking genomen. Het hof is van oordeel dat aan de bewoordingen waarin het beding is gesteld de meest voor de hand liggende betekenis dient te worden toegekend. Daarbij komt dat een dekkingsuitsluiting naar haar aard beperkt moet worden uitgelegd, aldus het hof. Dit strookt volgens het hof met het doel van de verzekering (inkomensbescherming) en het risico waartegen de verzekering dekking biedt (arbeidsongeschiktheid).

 

Subjectieve wetenschap

Naar het oordeel van het hof moet de uitsluitingsclausule zo worden uitgelegd dat van dekking is uitgesloten: “arbeidsongeschiktheid die is veroorzaakt door een handeling waarbij de verzekerde zich daadwerkelijk bewust is geweest van het gevaar van zijn handelen voor leven en lichaam en de aanmerkelijke kans op verwezenlijking daarvan bewust heeft aanvaard.” Het moet gaan om subjectieve wetenschap bij de verzekerde. Een behoren te weten is niet voldoende. Wel kan de subjectieve wetenschap worden afgeleid uit objectieve factoren, waarvan de bewijslast op de verzekeraar rust.

Het hof is van oordeel dat subjectieve wetenschap op het moment van aansteken niet kan worden aangenomen. Daarbij heeft het hof relevant gevonden dat verzekerde het vuurwerk niet zelf mee naar binnen had genomen, hem niet was verteld om wat voor vuurwerk het ging, hij naar eigen zeggen nauwelijks iets van vuurwerk wist en al enige tijd op een feest was waarbij alcohol werd gedronken. Dit wijst erop dat het handelen objectief bezien weliswaar zeer onverantwoordelijk en gevaarlijk was, maar dat het was ingegeven door baldadigheid, zonder dat de gevaren de revue zijn gepasseerd en op de koop toe zijn genomen.

 

Waarschuwing

Dat verzekerde was gewaarschuwd om het vuurwerk niet aan te steken, leidt volgens het hof niet tot een ander oordeel. Die waarschuwing zegt niets over het gevaar, ook relatief ongevaarlijk vuurwerk dient bij voorkeur niet binnen te worden afgestoken. Naar het oordeel van het hof is de hoegrootheid van het vuurwerk onvoldoende aanwijzing voor de bijzondere eigenschappen - waaronder de explosiviteit - ervan.

 

Uitkering

Welke uitkering verzekerde precies ontvangt, is nog niet bekend. Over de precieze arbeidsongeschiktheid dienen partijen zich bij akte uit te laten. In afwachting hiervan wordt iedere verder beslissing aangehouden.

 

Mr. Marjolijn Gregoor

ma.gregoor@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 813