Home Bij coulance-uitkeringen vallen verzekeringen met een oneigenlijke samenloop niet onder het toepassingsbereik van art. 7:961 BW

Bij coulance-uitkeringen vallen verzekeringen met een oneigenlijke samenloop niet onder het toepassingsbereik van art. 7:961 BW

In een procedure bij de Rechtbank Rotterdam ging het om een Goed Werkgeverschapverzekering die Acel B.V. bij NN c.s. had afgesloten, naast een AVB-verzekering die zij bij HDI had afgesloten. NN c.s. probeert in deze procedure regres te nemen op HDI op grond van artikel 7:961 lid 3 BW voor uitkeringen die zij aan een werknemer van Acel B.V. heeft verstrekt op grond van de Goed Werkgeverschapverzekering. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de vordering van NN c.s. een rechtsgrond ontbeerde, zodat de vordering werd afgewezen.

Ongeval

De uitkeringen vonden plaats vanwege een ongeval dat de werknemer was overkomen. De werknemer van Acel B.V. liep letsel op in de uitoefening van zijn werkzaamheden, doordat tijdens het ophangen van een 3,5 kg zware spiegel, deze spiegel uit zijn handen viel en op de wastafel viel. De scherven veroorzaakten een snijwond in zijn rechterhand en/of -pols. HDI wees dekking onder de AVB-verzekering voor de door de werknemer geleden schade af. NN nam de vordering van de werknemer wel in behandeling en kende uitkeringen ter hoogte van € 125.012,75 toe aan de werknemer.

Standpunt NN

NN c.s. baseerde haar vordering op artikel 7:961 lid 3 BW, omdat Acel B.V. haar zorgplicht niet zou zijn nagekomen (artikel 7:658 BW). NN c.s. had slechts coulance halve de uitkeringen aan de werknemer verstrekt, nu haar polisvoorwaarden een harde na-u clausule bevat (artikel 7.1.3). HDI was daarom gehouden om in de onderlinge verhouding de schade van de werknemer voor haar rekening te nemen.

HDI

HDI voerde aan dat NN c.s. had erkend dat aansprakelijkheid zijdens Acel B.V. ontbrak, en er geen dekking was op de AVB-verzekering. Van die erkenning mocht zij niet terugkomen. Bovendien had Acel B.V. wel degelijk aan haar zorgplicht voldaan, en was hier sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Het oordeel

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van NN c.s. niet onder het toepassingsbereik van artikel 7:961 BW valt. Dat artikel regelt de onderlinge draagplicht van verzekeraars in geval van samenloop van verzekeringen, waarvan sprake is als dezelfde schade door meerdere verzekeringen wordt gedekt.

Echter, in dit geval is sprake van een oneigenlijke samenloop van verzekeringen, aldus de rechtbank. Terwijl de Goed Werkgeverschapverzekering van NN c.s. het belang van de werknemer verzekert ter zake van vergoeding van schade als de aansprakelijkheidsverzekering niets uitkeert, verzekert de in casu afgesloten AVB-verzekering het belang van Acel B.V. indien zij aansprakelijk is voor schade die derden (zoals de werknemer) lijden door haar handelen of nalaten.

Kortom: in dit geval was niet hetzelfde belang op meerdere verzekeringspolissen tegen hetzelfde gevaar verzekerd, waardoor geen sprake was van samenloop van verzekeringen.

Volgens NN c.s. brengt artikel 7:961 lid 2 BW mee dat in geval van coulance-uitkeringen door een verzekeraar in geval van een oneigenlijke samenloop van verzekeringen een verhaalsrecht toekomt op de andere verzekeraar. De rechtbank gaat daar niet in mee, en overweegt daartoe:

“Artikel 7:961 lid 2 BW luidt namelijk: “Voor de toepassing van lid 1 wordt met schade die door een verzekering wordt gedekt gelijkgesteld schade die door de verzekeraar onverplicht wordt vergoed.”  Daaruit volgt niet dat in het geval van onverplichte uitkeringen (coulance-uitkeringen) ook verzekeringen met een oneigenlijke samenloop onder het toepassingsbereik van het wetsartikel vallen. Dat de wetgever dat heeft beoogd kan ook niet uit de wetsgeschiedenis worden afgeleid. Daaruit blijkt namelijk dat de wetgever deze bepaling in de wet heeft opgenomen omdat bij een coulance-uitkering geen sprake is van meer dan één verzekering die de schade dekt en het onwenselijk is wanneer de verzekeraar die de schade onverplicht heeft vergoed geen verhaal zou kunnen nemen op een andere verzekeraar die wel dekking biedt. Dit zou het doen van een coulance-uitkering namelijk ontmoedigen (zie Kamerstukken II 1999/2000, 19529, 5, p. 43). Het voorgaande wil echter niet zeggen dat het vereiste van eenzelfde verzekerd belang in het geval van een coulance-uitkering niet zou gelden.”

NN c.s. ving zodoende bot in deze procedure, en kon dus geen verhaalsrecht jegens HDI uitoefenen.

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!

Scroll naar boven