Het e-consult bij de huisarts: is een digitale reactie voldoende?
E-consulten zijn een laagdrempelige en snelle manier om contact te hebben met de huisarts. Een patiënt kan digitaal een zorgvraag stellen en daarbij eventueel foto’s meesturen. Hoewel e-consulten niet bedoeld zijn voor spoedvragen, kunnen patiënten niet altijd goed inschatten of daarvan sprake is. Patiënten herkennen bijvoorbeeld niet altijd zelf de alarmsignalen. Het kan dus gebeuren dat een patiënt denkt dat sprake is van een eenvoudige zorgvraag die zich leent voor beoordeling via een e-consult, terwijl dat achteraf niet zo blijkt te zijn. Om die reden is het bij een e-consult van belang dat de huisarts (extra) alert is op signalen die vragen om verdere/aanvullende zorg zoals telefonisch contact of het uitnodigen van patiënten in de praktijk voor een fysiek consult. Gebeurt dat niet terwijl daar wel aanleiding voor was, dan kan dat de huisarts tuchtrechtelijk worden verweten. Dat blijkt uit een recente uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg ’s-Hertogenbosch.
Feiten
In deze zaak nam de patiënt vanwege oogklachten op 7 mei 2025 via een e-consult contact op met de huisartsenpraktijk. Hij gaf aan eerder een staaroperatie te hebben gehad, wat wazig te zien en zwarte vlekken te hebben die kwamen en gingen. Via het e-consult werd hij door een collega-huisarts eerst verwezen naar de optometrist en daarna naar de oogarts. De afspraak bij de oogarts kon pas anderhalve maand later plaatsvinden. Hoewel de patiënt de huisarts op 22 mei 2025 via het e-consult verzocht om verkorting van de wachttijd, zag zij daar op basis van de bevindingen van de optometrist op dat moment geen aanleiding toe.
Een aantal dagen later, op 26 mei 2025, nam de patiënt opnieuw contact op via het e-consult. Hij vroeg de huisarts om zijn situatie serieuzer te nemen. Hij had veel last van zijn oogklachten, kon zijn lens niet meer de hele dag verdragen, had klachten aan beide ogen en gaf aan niet meer normaal te kunnen functioneren. Ook wilde hij weten of hij eerder terecht kon bij een oogarts in een ander ziekenhuis. De huisarts reageerde diezelfde dag dat de patiënt, gelet op de wachttijd aldaar, niet sneller bij het andere ziekenhuis terecht kon. Wel noemde zij een oogkliniek waar hij mogelijk binnen twee weken terecht kon en verwees hem daarnaartoe. Enkele dagen later bleek sprake te zijn van een netvliesloslating.
De patiënt verwijt de huisarts (onder meer) dat zij hem naar aanleiding van zijn berichten in het e-consult niet heeft uitgenodigd op spreekuur en zijn zorgen onvoldoende serieus heeft genomen.
Oordeel
Het Regionaal Tuchtcollege oordeelde dat de huisarts het e-consult van 26 mei 2025 onvoldoende zorgvuldig heeft afgehandeld. De melding van de patiënt over klachten aan beide ogen en het niet meer normaal kunnen functioneren, had voor de huisarts aanleiding moeten zijn om actie te ondernemen. Hierbij overweegt het Tuchtcollege dat van een patiënt niet kan worden verwacht dat hij zelf weet welke alarmsignalen bij zijn klachten horen, laat staan dat kan worden verwacht dat hij daarvan uit zichzelf melding maakt. Het college benadrukt in haar uitspraak dat een huisarts bij een e-consult extra zorgvuldig moet zijn, aangezien alleen op basis van geschreven tekst, zonder het zien en/of spreken van de patiënt, beleid wordt bepaald. Het Tuchtcollege heeft de huisarts een waarschuwing opgelegd.
Deze zaak laat zien hoe belangrijk is voor huisartsen om bij e-consulten goed door te vragen. Omdat het contact volledig digitaal verloopt, moet de huisarts extra alert zijn op signalen die kunnen wijzen op urgentie. Het is daarbij aan de huisarts om zulke signalen te herkennen en te beoordelen, ook als de patiënt zelf in eerste instantie geen expliciete alarmsignalen meldt.