Shaken-baby-syndroom

06-10-2017

Uit onderzoek blijkt dat in Nederland elk jaar meer dan 119.000 kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 17 jaar worden mishandeld. Vooral verwaarlozing, psychische mishandeling en het getuige zijn van huiselijk geweld komt vaak voor.

 

Het shaken-baby-syndroom (in Nederland ook wel: schudprocedure) is in dit verband een gevoelig onderwerp, dat zelfs strafrechtelijk aan de orde kan zijn. Wat speelde hier?

 

Een vader wordt strafrechtelijk verantwoordelijk gehouden voor de dood van zijn vier maanden jonge dochter, omdat hij haar hersenletsel zou hebben toegebracht door haar met kracht heen en weer te schudden. De vader verdedigt zich met de stelling dat het hersenletsel mogelijk kan zijn ontstaan door zijn handelen, maar niet door het opzettelijk hardhandig heen en weer schudden.

Op de dochter is sectie verricht en de strafrechter laat zich uitvoerig voorlichten door deskundigen over de oorzaak van het hersenletsel. Ook wil de strafrechter weten of de vader het gevaarlijke van zijn handelen kon inzien.

 

De strafrechter komt tot de conclusie dat het schudden van het kind zodanig heftig moet zijn geweest dat de vader zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat hierdoor zwaar lichamelijk letsel zou kunnen ontstaan. Door zijn dochter zo heftig te schudden heeft de vader die kans bewust aanvaard.

Dit leidt tot de conclusie dat wettig en overtuigend is bewezen dat de vader zich schuldig heeft gemaakt aan zware mishandeling, de dood tot gevolg hebbend (art. 302 Wetboek van Strafrecht).

De vader wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden.

 

De overheid en vele beroepsorganisaties proberen met regelgeving en gedragscodes kindermishandeling te signaleren en te voorkomen.

 

Zo moeten zorgaanbieders op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen gezondheidszorg (Wkkgz) een meldcode vaststellen waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan. In de Jeugdwet is bepaald ook iedere jeugdbeschermingsinstelling een dergelijke (interne) meldcode moet hebben. Verder is er natuurlijk de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld, die samen met het stappenplan kindermishandeling en het stappenplan volwassenengeweld een leidraad vormt voor professionals bij het maken van de afweging wanneer, bij wie en hoe aan de bel moet worden getrokken.

 

De les die deze uitspraak leert is, dat zorgprofessionals alert moeten zijn op signalen van kindermishandeling en dat er diverse gedragscodes zijn die kunnen helpen bij het signaleren en melden van (een vermoeden van) kindermishandeling.

Het is echter van belang om aan de hand van bijvoorbeeld de KNMG-meldcode goed na te gaan welke stappen er moeten worden ondernomen om in voorkomende gevallen een verantwoorde melding te kunnen doen.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 871