Smartengeld in beweging

10-03-2015

Een 54-jarige man, gehuwd en vader van vier dochters, loopt als gevolg van een verkeersongeval een hoge dwarslaesie op en komt drie maanden later te overlijden. De verzekeraar van de aansprakelijke partij erkent volledige aansprakelijkheid. De man had bij leven aanspraak gemaakt op smartengeld.

 

In de procedure die leidde tot het vonnis van de Rechtbank Overijssel van 23 februari 2015 (ECLI:NL:RBOVE:2015:944) stond centraal de vraag, of de beperkte tijdsduur van het leed (van in casu drie maanden) tot een korting op het smartengeld moest leiden. De rechtbank stelt voorop dat smartengeld een naar billijkheid vast te stellen vergoeding betreft die niet alleen een compensatiefunctie heeft, maar ook die van genoegdoening. Een benaderingswijze, zoals door de verzekeraar bepleit, waarbij een soort ‘maatman’ wordt gehanteerd en het smartengeld wordt berekend aan de hand van leeftijd en gemiddelde levensverwachting van de benadeelde past niet binnen het hier te lande geldende systeem. Wel kan de duur van het leed een in aanmerking te nemen wegingsfactor zijn. Gelet op de aard en de ernst van het letsel kent de rechtbank een bedrag van € 125.000,= aan smartengeld toe. Hierbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de in de rechtspraak in 2013 en 2014 toegekende hogere bedragen aan smartengeld. De uitspraak van de Rechtbank Overijssel laat zien dat de bedragen die in de rechtspraak aan smartengeld worden toegekend sterk in ontwikkeling zijn. Het is voor de praktijk dan ook van belang deze ontwikkeling nauwgezet te blijven volgen.

 

Klik hier voor de uitspraak.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 871