HomeJurisprudentieoverzicht tuchtrecht mei 2022

Jurisprudentieoverzicht tuchtrecht mei 2022

image description

Samengesteld aan de hand van: https://tuchtrecht.overheid.nl:

Huisarts treft geen tuchtrechtelijk verwijt van onjuiste inschatting van de klachten door assistente

ECLI:NL:TGZRZWO:2022:62
Klacht tegen huisarts. Klager beklaagt zich erover dat de huisarts de ernst van zijn klachten heeft gemist waardoor klager onnodig lang geen adequaat hulp heeft ontvangen. Beklaagde is als huisarts verantwoordelijk voor het voeren van een deugdelijke praktijkorganisatie en kan tuchtrechtelijk worden aangesproken als er iets schort aan de praktijkorganisatie waaronder het mogelijk niet goed functioneren van haar assistente. Niet gebleken is dat hiervan sprake was. Hoewel de inschatting van de klachten van klager achteraf gezien niet juist was, leidt dit niet tot een tuchtrechtelijk verwijt. Klacht ongegrond.

Zie ook deze blog.

Behandeling weigeren in verband met niet betalen factuur tuchtrechtelijk verwijtbaar

ECLI:NL:TGZRAMS:2022:64
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster is in behandeling geweest bij de psychotherapeut. In verband met een geschil over een onbetaald gebleven zogenoemde ‘no show’ factuur, heeft een voorgenomen EMDR behandeling door de psychotherapeut niet plaatsgevonden. Klaagster verwijt de psychotherapeut dat zij – kort gezegd – onvoldoende zorg heeft verleend door ten onrechte behandeling(en) te weigeren. Verder verwijt zij de psychotherapeut dat zij geen afschrift van haar medisch dossier heeft verstrekt en haar beroepsgeheim heeft geschonden. Of er al dan niet sprake is geweest van een ‘no show’, laat  onverlet dat het college van oordeel is dat de psychotherapeut de behandeling niet heeft mogen uitstellen dan wel afzeggen. Dit is in strijd met goed zorgverlenerschap. De psychotherapeut heeft daarnaast niet voldaan aan haar dossierplicht en de plicht om een afschrift van het dossier aan klaagster te verstrekken. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, berisping en publicatie.

Niet verstrekken medisch dossier tuchtrechtelijk verwijtbaar

ECLI:NL:TGZRAMS:2022:64
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster is in behandeling geweest bij de psychotherapeut. In verband met een geschil over een onbetaald gebleven zogenoemde ‘no show’ factuur, heeft een voorgenomen EMDR behandeling door de psychotherapeut niet plaatsgevonden. Klaagster verwijt de psychotherapeut dat zij – kort gezegd – onvoldoende zorg heeft verleend door ten onrechte behandeling(en) te weigeren. Verder verwijt zij de psychotherapeut dat zij geen afschrift van haar medisch dossier heeft verstrekt en haar beroepsgeheim heeft geschonden. Of er al dan niet sprake is geweest van een ‘no show’, laat  onverlet dat het college van oordeel is dat de psychotherapeut de behandeling niet heeft mogen uitstellen dan wel afzeggen. Dit is in strijd met goed zorgverlenerschap. De psychotherapeut heeft daarnaast niet voldaan aan haar dossierplicht en de plicht om een afschrift van het dossier aan klaagster te verstrekken. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, berisping en publicatie.

RTG: Behandelrelatie ten onrechte beëindigd, CTG: ontslaan uit controles ook tuchtrechtelijk verwijtbaar, geen zwaardere maatregel

ECLI:NL:TGZCTG:2021:133
Klacht tegen neuroloog. De neuroloog heeft in 2016 heeft bij klaagster de diagnose MS gesteld. Klaagster verwijt de neuroloog in de kern onder meer dat hij niet al in 2010, maar pas in 2016 de diagnose MS heeft gesteld en dat hij ten onrechte de behandelrelatie heeft beëindigd, onder de onjuiste overweging dat klaagster niet behandelbaar was. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel betreffende het beëindigen van de behandelrelatie gegrond en legt een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de neuroloog ook op het punt van de monitoring van klaagster vanaf 2010 in de zorg voor klaagster is tekortgeschoten en acht het beroep van klaagster in zoverre gegrond. Dit college ziet hierin echter geen aanleiding om aan de neuroloog een zwaardere maatregel op te leggen.

Geen sprake van eenzijdige beëindiging behandelrelatie zonder gewichtige reden 

ECLI:NL:TGZCTG:2022:107
Klacht tegen orthodontist. De orthodontist heeft de zoon van klager twee keer voor een consult gezien. Bij dat laatste consult is een melkkies getrokken en is een voorlopige kostenbegroting meegegeven. Klager heeft de orthodontist per mail laten weten dat hij geen toestemming heeft gegeven voor een medische behandeling en dat hij in contact wil komen met de orthodontist. Na vergeefs contact met de praktijkmanager heeft de orthodontist een mail gestuurd waarin hij klager onder meer aanraadt een andere orthodontist te zoeken en dat hij de zoon van klager niet zal behandelen. Klager verwijt de orthodontist dat hij de behandelovereenkomst niet op deze manier had mogen beëindigen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond, legt aan de orthodontist de maatregel van waarschuwing op en verklaart de klacht voor het overige gegrond. De orthodontist heeft beroep ingesteld van het gegrond verklaarde klachtonderdeel. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gegrond, omdat er in dit specifieke geval sprake was van een beëindiging van de behandelovereenkomst met wederzijds goedvinden. Dit betekent dat de waarschuwing komt te vervallen.

Geen tuchtrechtelijk verwijt aan psychiater over wijze waarop hij zijn rol als regiebehandelaar had ingevuld

ECLI:NL:TGZCTG:2022:110
Klacht tegen een psychiater over tekortschietende rapportage. De dochter van klaagster is psychologisch onderzocht door een psycholoog en een orthopedagoog werkzaam bij een ggz-instelling. De psychiater is daar ook werkzaam en is in het rapport als hoofdbehandelaar (regiebehandelaar) vermeld. Het rapport is niet gedateerd en alleen ondertekend door de orthopedagoog. De dochter had aangegeven dat ze niet wilde dat het rapport bij haar moeder terecht zou komen. Het rapport is echter, per niet-aangetekende post, naar klaagster en haar dochter gestuurd. Klaagster verwijt de psychiater een aantal zaken aangaande het rapport, die er in de kern op neerkomen dat zij vindt dat de psychiater het regiebehandelaarschap niet goed heeft ingevuld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klacht gegrond voor wat betreft het optreden van beklaagde als regiebehandelaar, laat het rapport als zodanig alsmede de gang van zaken daaromheen buiten beschouwing en legt aan de psychiater de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing, verklaart de klacht alsnog ongegrond en gelast de publicatie van de beslissing.

Verslaglegging in dossier voldoet aan verplichtingen uit Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld van de NVOG

ECLI:NL:TGZRAMS:2022:38
Tussen klager en zijn inmiddels ex-partner deden zich spanningen voor rondom de geboorte van hun zoon. Verweerster was als verloskundige betrokken bij het gezin. Klager verwijt de verloskundige dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door aperte onwaarheden in het dossier op te nemen en na te laten subjectieve waarnemingen duidelijk in het dossier te beschrijven. De klacht faalt. Verweerster heeft voldaan aan haar verplichtingen op grond van de Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld van de KNOV. Niet vastgesteld kan worden dat verweerster onjuistheden in het dossier heeft genoteerd en ook niet dat het om een gekleurde vastlegging ging als gevolg van interpretatie of subjectieve waarnemingen.

Deze uitspraak hangt samen met: ECLI:NL:TGZRAMS:2022:39

Zie ook deze blog.

Tuchtrechtelijke oordeel over de individuele verwijtbaarheid van een gebeurtenis die als calamiteit wordt aangemerkt dient niet in overwegende mate te berusten op de inhoud van een calamiteitenrapport

ECLI:NL:TGZREIN:2022:25
Klachten tegen huisarts als dienstdoend huisarts op de HAP en als bestuurder van de HAP ivm overlijden patiënt. College: inzage college in calamiteitenrapport niet noodzakelijk, klachten ongegrond, online consult, (werk)diagnose gesteld, passend beleid ingezet, geen onjuist advies gegeven, begrijpelijk dat aan het begin van de corona-pandemie terughoudender werd omgegaan met fysiek contact.

Met uitlatingen aan de huisarts van (ex)-echtgenote en de Raad voor de Kinderbescherming heeft psychotherapeut de grenzen van een redelijk bekwame beroepsbeoefening overschreden

ECLI:NL:TGZRZWO:2022:51
Klacht tegen psychotherapeut. Klager lag in echtscheiding toen zijn (ex-)echtgenote cliënte was van beklaagde. Naar aanleiding van informatie van de (ex-)echtgenote dat zij kinderporno zou hebben geconstateerd op de laptop van klager, heeft beklaagde een melding gemaakt bij Veilig Thuis. Klager verwijt beklaagde – zakelijk weergegeven – dat zij hem meermaals richting derden heeft beschuldigd van het bezitten van kinderporno. De klacht richt zich op aantijgingen die beklaagde heeft gedaan aan de huisarts van (ex)-echtgenote en de Raad voor de Kinderbescherming nadat klager onschuldig is bevonden door de zedenpolitie. Klager heeft bij zijn klacht voldoende rechtstreeks belang nu beklaagde uitlatingen over hem heeft gedaan en voldoende aannemelijk is dat klager hierdoor in zijn belangen kan zijn geschaad. Vast staat dat beklaagde in haar berichten aan de huisarts en de Raad voor de Kinderbescherming heeft vermeld dat op de laptop van klager kinderporno is aangetroffen. Uit de eerdere terugkoppeling van Veilig Thuis, dat de zorgen omtrent zeden niet zijn bevestigd en de politie het dossier heeft gesloten, had het beklaagde duidelijk moeten zijn dat niet is komen vast te staan dat er sprake was van enig strafbaar handelen door klager. Gelet op deze terugkoppeling had beklaagde in haar brief aan de huisarts en haar bericht aan de Raad voor de Kinderbescherming geen uitlatingen mogen doen over vermeend bezit van kinderporno bij klager. Beklaagde heeft met haar handelen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsbeoefening overschreden. Het college verklaart de klacht gegrond en legt de maatregel van berisping op.

Zie ook deze blog.

Terecht en relevante informatie verstrekt aan Veilig Thuis

ECLI:NL:TGZRAMS:2022:55
Klaagster verwijt de GZ-psycholoog dat zij informatie heeft verstrekt aan Veilig Thuis en dat de wijze waarop dit is gebeurd niet juist was. Zo heeft verweerster zich volgens klaagster onder meer niet beperkt tot de strikt noodzakelijke gegevens, heeft klaagster voorafgaand aan de informatieverstrekking geen mogelijkheid tot inzage en correctie gehad en heeft zij een niet gestelde diagnose aan Veilig Thuis doorgegeven. Ook verwijt klaagster de GZ-psycholoog dat zij haar niet tijdig en volledig inzage heeft gegeven in haar medisch dossier en dat zij zonder overleg met haar een behandelplan heeft opgesteld. De GZ-psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college is van oordeel dat de GZ-psycholoog toestemming van klaagster had om informatie aan Veilig Thuis te verstrekken. De GZ-psycholoog heeft gelet op de omstandigheden terecht de informatie aan Veilig Thuis verstrekt en zij heeft zich daarbij beperkt tot de strikt noodzakelijke gegevens. Er is niet gebleken dat de GZ-psycholoog onjuiste informatie aan Veilig Thuis heeft verstrekt. Het college concludeert dat de klacht (in al haar onderdelen) ongegrond is.

Berisping voor GZ-psycholoog vanwege afgeven verklaring aan ex-partner van klaagster

ECLI:NL:TGZRZWO:2022:53
Klacht tegen GZ-psycholoog/psychotherapeut. Klaagster is eerder gehuwd geweest. Uit dit eerdere huwelijk zijn twee kinderen geboren. De ex-partner van klaagster is in het verleden onder behandeling geweest bij beklaagde. Op enig moment heeft hij beklaagde opnieuw geconsulteerd. Naar aanleiding van dit consult heeft beklaagde voor de ex-partner een “Verklaring omtrent psychologische consultatie” opgesteld. Deze verklaring heeft de ex-partner niet veel later ingebracht in een kortgedingprocedure tussen hem en klaagster. Klaagster verwijt beklaagde onder meer het opstellen van de betreffende verklaring en het verstrekken daarvan aan de ex-partner. Ook verwijt zij beklaagde dat zij zich in de verklaring heeft uitgelaten over klaagster en haar kinderen, dat zij op ondeugdelijke gronden een waardeoordeel heeft gegeven over de ex-partner en dat zij verschillende bepalingen van de Beroepscode voor psychologen heeft geschonden. Klaagster is rechtstreeks belanghebbende, nu beklaagde in haar verklaring uitlatingen heeft gedaan over klaagster en haar kinderen en klaagster door die uitlatingen in haar belangen kon worden geschaad. Het college oordeelt dat beklaagde geen afdoende maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat haar verklaring zou kunnen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze was opgesteld. Daardoor heeft zij evenmin gewaarborgd dat misbruik zou worden voorkómen van die verklaring en dus van de resultaten van haar beroepsmatig handelen. Beklaagde heeft met haar uitlatingen de voor haar geldende beroepsregels geschonden. Zij had terughoudender moeten zijn in haar uitlatingen, zeker omdat zij wist dat haar cliënt en klaagster in een vechtscheiding verwikkeld waren. Met haar verklaring wekt beklaagde de indruk dat zij een oordeel kon geven over de omgang van klaagster en de ex-partner met hun kinderen, terwijl het in feite slechts het verhaal van de ex-partner betreft. Het college acht de klacht in alle onderdelen gegrond en legt aan beklaagde in haar hoedanigheid van GZ-psycholoog en psychotherapeut de maatregel van berisping op. Kostenveroordeling.

Rapportage verzekeringsarts voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen

ECLI:NL:TGZRZWO:2022:69
Klacht tegen verzekeringsarts over zijn rapportage in het kader van bezwaar tegen de Eerstejaars ZW-beoordeling, tevens bejegeningsklacht/vooringenomenheid. De rapportage voldoet niet aan de daaraan in de jurisprudentie gestelde vereisten. Geen tuchtrechtelijk verwijt ten aanzien van de bejegening: geen (schijn van) vooringenomenheid of het niet serieus nemen van de gezondheidsproblematiek van klaagster. Klacht deels gegrond/deels ongegrond. Waarschuwing.

Testen zonder toestemming van klaagster gezien bijzondere situatie COVID-19 pandemie aanvaardbaar

ECLI:NL:TGZREIN:2022:22
Verwijten aan arts verstandelijk gehandicapten over vaccinatiebeleid en uitvoering ervan, de communicatie over quarantainemaatregelen, de zorg voor fysieke gezondheid cliënt, testen van cliënt op covid-19 zonder toestemming wettelijk vertegenwoordiger. Aan coronacrisis aangepaste beroepsnormen. Uitvoeringsrichtlijn Covid-19 vaccinatie RIVM. Zorgorganisatie verantwoordelijk voor vaccinatiebeleid, uitvoering en toezicht. Begeleiders verantwoordelijkheid voor communicatie quarantainemaatregelen. Voldoende aandacht voor fysieke gezondheid cliënt. Testen zonder toestemming gezien de bijzondere situatie van de pandemie aanvaardbaar. Ongegrond.

Ontvankelijkheid

ECLI:NL:TGZRZWO:2022:59
Klacht tegen anesthesiemedewerker die ten tijde van het verweten handelen als verpleegkundige in het BIG-register was ingeschreven. De klacht is ingediend door de nabestaande partner van een na een operatie overleden patiënte. Klacht is ontvankelijk. Het feit dat een BIG-geregistreerd verpleegkundige in een andere hoedanigheid optreedt (zoals in dit geval als anesthesiemedewerker) sluit in beginsel niet uit dat deze mede in zijn hoedanigheid van verpleegkundige handelt en daarop tuchtrechtelijk kan worden aangesproken. Het college beoordeelt aan de hand van de feitelijke werkzaamheden van beklaagde of dit zo is en constateert dat bepaalde werkzaamheden mede tot het deskundigheidsgebied van een verpleegkundige kunnen worden gerekend. Het verwijt heeft voorts met name betrekking op het monitoren van de vitale functies van patiënte en het signaleren, onderkennen en zo nodig bespreken van (alarm)signalen. Nu dit werkzaamheden zijn die mede kunnen worden gerekend tot het deskundigheidsgebied van een verpleegkundige is het college van oordeel dat de klacht ontvankelijk is. Het college komt verder tot het oordeel dat beklaagde voor de afwijkende metingen afzonderlijke verklaringen heeft gevonden maar niet heeft overwogen en onderzocht of de verschillende verklaringen voor de afwijkende metingen op zichzelf al alarmerend zouden kunnen zijn. Ook heeft beklaagde de verschillende signalen niet in hun onderlinge samenhang beschouwd. De wisselende bloeddruk in combinatie met de andere afwijkende metingen en het uitblijven van verbetering na toediening van vocht en medicatie maakte handelen of overleg nodig. Door anderhalf uur af te wachten bij voortdurende alarmsignalen ondanks toediening van vocht en medicatie heeft beklaagde onvoldoende adequaat gereageerd. Hij heeft in dat opzicht niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam handelend verpleegkundige (werkzaam binnen een klinische setting) mocht worden verwacht. Klacht in zoverre gegrond. Vanwege de specifieke omstandigheden wordt met een waarschuwing volstaan.

Zie ook deze blog.

ECLI:NL:TGZRZWO:2022:67
Klacht tegen psychiater. Klager verblijft in een tbs-kliniek. Beklaagde is directeur van deze kliniek. Klager verwijt beklaagde dat er geen zorg voor hem is en dat hij zich niet gerespecteerd voelt. Volgens klager is hij weggestuurd bij de medische dienst en was er geen vervoer geregeld toen hij vanwege lichamelijke klachten naar het ziekenhuis moest. Ook is klager door werknemers van de kliniek geweigerd te skypen met zijn familie. Daarnaast is klager een keer in zijn kamer opgesloten. Klager acht beklaagde als directeur eindverantwoordelijk voor alles wat er in de kliniek gebeurt. Vaststaat dat er geen behandelrelatie heeft bestaan tussen beklaagde in zijn hoedanigheid van psychiater en klager en dat beklaagde ook anderszins geen zorg heeft verleend aan klager. Dat betekent dat beklaagde alleen aan het tuchtrecht is onderworpen voor zover sprake is van enig ander handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt (de tweede tuchtnorm). De klacht van klager gaat niet over het handelen van beklaagde, maar over het handelen of nalaten van anderen die werkzaam zij binnen de kliniek. Dit is iets waarvoor beklaagde niet zonder meer tuchtrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden, omdat het  tuchtrecht in beginsel aangrijpt bij het individuele handelen van de zorgverlener. Feiten en omstandigheden die erop zouden wijzen dat beklaagde desalniettemin tuchtrechtelijk verantwoordelijk gehouden kan worden voor handelen ten opzichte van klager, zijn het college niet gebleken. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

ECLI:NL:TGZRAMS:2022:48
Klacht tegen een verpleegkundige. Klager heeft na het overlijden van zijn zus een klacht ingediend tegen de wijkverpleegkundige die zijn zus heeft verzorgd. De klacht ziet deels op het handelen van beklaagde tijdens het leven van zijn zus en deels op gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden na haar overlijden. Het college verklaart klager niet-ontvankelijk voor wat betreft het handelen van beklaagde dat heeft plaatsgevonden voor het overlijden. Er is sprake van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven eraan te twijfelen dat klager de wil van zijn zus vertegenwoordigt. De klacht over de gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden na het overlijden is ongegrond verklaard. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.

ECLI:NL:TGZRAMS:2022:41
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. De klacht is ingediend door een nabestaande (de dochter) van de patiënt. Er is sprake van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven eraan te twijfelen dat klaagster de wil van de patiënt vertegenwoordigt. In de eerste plaats is opmerkelijk dat de klacht is ingediend op het moment dat de patiënt nog in leven was. Onbestreden is dat hij aanspreekbaar was en zijn wil kon uiten. Of de klacht met instemming van de patiënt is ingediend blijkt niet uit de klacht. Uit het medisch dossier volgt verder niet dat hij ontevreden was over het medische beleid en de gemaakte afspraken. Klaagster niet-ontvankelijk verklaard.

vorige overzicht

Meer weten over tuchtrecht?

Neem gerust contact met ons op!

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!
  • Wanneer je op aanmelden drukt ga je akkoord met ons Privacy Statement.