HomeQ&A coronavirus (COVID-19) en rechtspraktijk – ZORG

Q&A coronavirus (COVID-19) en rechtspraktijk - ZORG

image description

Dit bericht wordt regelmatig geupdate (laatste update 25-3-2020)

Het coronavirus (COVID-19) heeft momenteel een enorme impact op de samenleving. Op 15 maart 2020 is een aantal noodmaatregelen door het kabinet aangekondigd. Deze maatregelen blijven van kracht tot en met 6 april 2020. Er zijn preventieve maatregelen die ondernemers binnen het bedrijf kunnen en soms moeten nemen, naast maatregelen die helaas onontkoombaar zijn indien de onderneming wordt getroffen door het coronavirus.

Vanuit onze rechtspraktijk rijzen diverse vragen, die KBS Advocaten voor u in de vorm van een Q&A per specifieke rubriek behandelt. Neem gerust contact met ons op voor specifieke vragen!

ZORG

  1. Ik ben zorgverlener. Kan ik weigeren een patiënt met corona te behandelen, om te voorkomen dat ik of mijn naasten besmet raken? 
  2. Mogen zorgaanbieders coassistenten of niet-praktiserend artsen worden ingezet in geval van hoge nood, zoals nu?
  3. Ik ben voormalig zorgverlener. Mag ik als mijn BIG-registratie onlangs is verlopen helpen tijdens de coronacrisis?
  4. Ik ben zorgverlener. Wat als ik mijn BIG-registratie op korte termijn moet herregistreren, maar ik daar gezien de coronacrisis niet aan toe kom?
  5. Ik ben zorgaanbieder. In verband met de uitbraak van het Coronavirus maak ik extra kosten. Worden deze vergoed?
  6. Normaal gesproken moet een eerste consult tussen ziekenhuis en patiënt face-to-face plaatsvinden, is dit nu anders?
  7. Kunnen zorgaanbieders alternatieve medische hulpmiddelen inzetten, als door de uitbraak van het coronavirus sprake is van tekorten?
  8. Krijg ik een boete van de IGJ als ik een termijn mis? Bijvoorbeeld voor het melden van een calamiteit?
  9. Kan ik op korte termijn een inspectiebezoek van de IGJ ontvangen?
  10. Geen bezoek meer in verpleeghuizen: hoe is dat geregeld?


Ik ben zorgverlener. Kan ik weigeren een patiënt met corona te behandelen, om te voorkomen dat ik of mijn naasten besmet raken? 

Volgens de wet sluiten een zorgverlener en een patiënt een behandelovereenkomst. Een zorgverlener kan die overeenkomst niet zo maar beëindigen en de behandeling stopzetten. Dit kan alleen bij ‘gewichtige redenen’ (artikel 7:460 BW).

Als ‘gewichtige reden’ is erkend onder meer de situatie dat een hulpverlener zichzelf door behandeling van een patiënt in gevaar brengt. Het komt dan aan op een belangenafweging: in hoeverre ontstaat voor de hulpverlener of anderen een acuut levensbedreigende situatie als hij een patiënt met corona-symptomen behandelt? Is sprake van voldoende (mogelijkheid tot) beschermingsmaatregelen? Zeker in een crisis als deze zal een hulpverlener niet snel worden ontslagen van zijn verplichting om een patiënt met corona(-symptomen) te behandelen.

Een andere situatie, maar met dezelfde uitkomst, is die waarbij nog geen sprake is van een behandelovereenkomst. Een zorgverlener dient een patiënt in geval van acute nood verplicht te helpen, overigens wederom zonder zichzelf en anderen in acuut levensgevaar te brengen.

Zie voor een en ander ook de KNMG-richtlijn niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst.



Mogen zorgaanbieders coassistenten of niet-praktiserend artsen worden ingezet in geval van hoge nood, zoals nu?

De KNMG heeft zorgaanbieders geadviseerd om bij nood soepeler om te gaan met de regels uit de Wet BIG. Het advies wordt onderschreven door de IGJ. Volgens de KNMG is door het coronavirus sprake van een noodsituatie waardoor overmacht kan ontstaan door groot tekort aan personeel, terwijl de hulp dringend nodig is.

In die situatie adviseert de KNMG dat onder bepaalde voorwaarden niet-praktiserend artsen of coassistenten kunnen worden ingezet. De twee groepen personen die kunnen inspringen zijn:

  • de geneeskundig-specialist-niet-praktiserend die nog voldoende recente kennis en vaardigheden heeft; en
  • de coassistent die al een groot deel van diens coschappen heeft doorlopen en daardoor over de nodige praktijkervaring beschikt.

Daarnaast gelden de volgende voorwaarden om hen te kunnen inzetten in de zorgverlening:

  1. Het heeft de voorkeur dat zorg die op het deskundigheidsgebied van een arts ligt door een BIG-geregistreerd arts of geneeskundig-specialist wordt verleend.
  2. Indien het niet verantwoord is de zorg op te dragen aan gekwalificeerde en BIG-geregistreerde niet-artsen (zoals de Physician Assistant, Verpleegkundig Specialist, verpleegkundige) kan de zorg door artsen/geneeskundig specialisten niet-praktiserend verleend. Degene met de meest recente praktijkervaring heeft hierbij de voorkeur. Indien dat niet mogelijk is, kan de zorg door coassistenten worden verleend.
  3. Op het moment dat dit weer mogelijk is, wordt de zorgverlening direct overgedragen aan gekwalificeerde BIG-geregistreerden.
  4. De niet-praktiserende en de coassistent worden zoveel mogelijk ingezet in de niet-complexe zorg en in de zorg die aansluit bij hun kennis en vaardigheid die zij het meest recent hebben opgedaan.
  5. Ervaring van de niet-praktiserende arts mag niet ouder zijn dan 10 jaar. Daarnaast dient zijn vaardigheid nog aanwezig te zijn dan wel met eenvoudige instructie/training op peil te krijgen.
  6. Indien nodig worden korte vaardigheidstrainingen gegeven.
  7. Indien een bepaalde voorbehouden handeling verder af ligt van het bekwaamheidsniveau dat in redelijkheid mag worden verwacht, wordt meer training, instructie, toezicht en tussenkomst geregeld.
  8. Er kunnen en worden adequate opdrachten gegeven door daartoe bevoegde artsen. Deze artsen dienen voldoende zicht te hebben op de benodigde bekwaamheid.
  9. In de nabije omgeving is een bevoegd en bekwaam arts/geneeskundig specialist aanwezig die (indien nodig) kan ingrijpen.
  10. Er dienen duidelijke afspraken te worden gemaakt over welke (voorbehouden) handelingen mogen worden verricht.
  11. De niet-praktiserende of de coassistent dient de grenzen van zijn eigen kunnen en kennen te bewaken en zelf verworven kennis en vaardigheden zoveel mogelijk aan te tonen.
  12. Patiënten dienen te worden voorgelicht over wie de niet-praktiserende(n) en/of coassistent(en) zijn en dat zij in opdracht en onder supervisie handelen.
  13. Het is niet toegestaan personen die ooit zijn doorgehaald door de tuchtrechter (en daardoor niet meer zijn ingeschreven) in te zetten.


Ik ben voormalig zorgverlener. Mag ik als mijn BIG-registratie onlangs is verlopen helpen tijdens de coronacrisis?

Op 18 maart heeft de minister voor Medische Zorg en Sport het mogelijk gemaakt dat voormalig BIG-ingeschreven verpleegkundigen en artsen kunnen helpen ten tijde van het coronavirus.

Deze mogelijkheid bestaat voor verpleegkundigen en artsen van wie hun BIG-registratie is verlopen na 1 januari 2018, maar nog wel voldoende vaardig zijn. Zij hoeven zich niet (tijdelijk) opnieuw in te schrijven in het BIG-register. Op grond van de huidige uitzondering kunnen deze verpleegkundigen en artsen zelfstandig zorg verlenen.

Al langer is besloten dat niet-praktiserende artsen of coassistenten ook mogen helpen (zie Q&A bovenstaand). Zij handelen echter niet zelfstandig, maar in opdracht van zelfstandig bevoegde zorgverleners. Deze uitzondering geldt direct en tot nader bericht.



Ik ben zorgverlener. Wat als ik mijn BIG-registratie op korte termijn moet herregistreren, maar ik daar gezien de coronacrisis niet aan toe kom?

Zorgverleners hoeven zich gedurende de coronacrisis geen zorgen te maken over de verplichtingen omtrent hun herregistratie. Uit een nieuwsbericht van de Minister van Medische Zorg en Sport blijkt dat de herregistratie-verplichting tot nader order opgeschort.

De KNMG werkt momenteel een regeling uit op grond waarvan geneeskundig specialisten en profielartsen voorlopig ingeschreven blijven in het register. Daardoor wordt voorkomen dat artsen die geen aanvraag indienen, of dit niet op tijd doen, worden doorgehaald in het BIG-register. Doorhaling in het BIG-register brengt namelijk met zich mee dat, wettelijk gezien, een zorgverlener niet alle handelingen zelfstandig mag uitvoeren.



Ik ben zorgaanbieder. In verband met de uitbraak van het Coronavirus maak ik extra kosten. Worden deze vergoed?

Extra kosten kunnen bijvoorbeeld ontstaan door het isoleren en verplegen van besmette mensen dan wel het inzetten van extra personeel. Vooruitlopend op  (onder andere) de regeling van de NZa, zijn er afspraken gemaakt tussen het ministerie van VWS, de NZa, Zorginstituut Nederland en de zorgkantoren. Zie hier ons nieuwsbericht over deze afspraken.

Eerder heeft Zorgverzekeraars Nederland (17 maart jl.) maatregelen gepubliceerd voor aanbieders van de basisinfrastructuur zorg en zorg voor kwetsbare mensen. Dit om te voorkomen dat zij worden belast met onnodige financiële onzekerheid en bureaucratie.

Ten aanzien van deze aanbieders van basisinfrastructuur zorg en zorg voor kwetsbare mensen geldt het volgende:

  • Zorgverzekeraars Nederland zijn bereid om deze zorgaanbieders te voorzien in de benodigde liquiditeit. Ten aanzien van de hoogte hiervan wordt aangesloten bij de omvang van de contractueel overeengekomen omzet. Mocht de zorgaanbieder dit niet zijn overeengekomen, dan wordt een zo goed mogelijke raming daarvan (bij een situatie zonder coronavirus) aangehouden. De benodigde liquiditeit wordt gerealiseerd door “adequate bevoorschotting door iedere zorgverzekeraar”.
  • De extra kosten vanwege het coronavirus worden door alle zorgverzekeraars vergoed. Daarvoor geldt wel dat de zorgaanbieder (impliciete) goedkeuring in Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ)-verband nodig heeft en dit moet afstemmen met de meest betrokken zorgverzekeraar(s). Dit geldt ook voor kosten die redelijkerwijs in lijn liggen met de binnen de ROAZ gemaakte afspraken.
  • Indien een zorgaanbieder te maken heeft met onderbenutting van capaciteit of verschuivingen binnen het zorgaanbod, gaat Zorgverzekeraars Nederland samen met die instellingen opzoek naar een passende oplossing. Het doel daarbij is om de financiële positie van zorgaanbieders te neutraliseren, ondanks het coronavirus.


Normaal gesproken moet een eerste consult tussen ziekenhuis en patiënt face-to-face plaatsvinden, is dit nu anders?

In verband met het coronavirus heeft de NZa de bekostiging voor zorg op afstand verruimd. Iedere zorgverlener die zorg op afstand wil leveren moet dat kunnen doen, zonder te worden belemmerd door declaratiebeperkingen. De NZa heeft alle eventuele belemmeringen of beperkende voorwaarden in alle zorgsectoren buiten werking gesteld. Verplichtingen als het hebben van face-to-face contact gelden momenteel dus niet.

Digitaal of telefonisch contact zijn voorbeelden van zorg op afstand. Iedere zorgverlener kan nu dus chatten of beeldbellen met patiënten en dit zonder problemen declareren. Dit geldt eveneens indien er geen speciale prestatie is vastgesteld voor zorg op afstand of als niet precies is voldaan aan de voorwaarden van een dergelijke prestatie. Als zorgverlener dien je dan een reguliere zitting/consult/behandeling te declareren.

Dit is een tijdelijke regel en geldt vanaf 1 maart 2020. De maatregel geldt tot het moment dat de landelijke richtlijnen/adviezen van de overheid en het RIVM niet meer van toepassing zijn. De NZa hanteert daarna nog een overgangstermijn van één week.



Kunnen zorgaanbieders alternatieve medische hulpmiddelen inzetten, als door de uitbraak van het coronavirus sprake is van tekorten?

Indien reguliere medische hulpmiddelen niet meer voorhanden zijn door tekorten, kan het noodzakelijk zijn om af te wijken van de geldende richtlijnen, om toch te voldoen aan de verplichting om zorg te verlenen.

IGJ vermeldt op haar website dat het de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder is om in dat geval zelf of binnen de beroepsgroep een zorgvuldige en verantwoorde afweging te maken tussen de verschillende risico’s die het gebruik van een alternatief hulpmiddel met zich meebrengt, en de verantwoordelijkheid om zorg te verlenen.

Reguliere medische hulpmiddelen beschikken over een CE-markering, volgens welke de juiste kwaliteitswaarborgen voor de beoogde toepassing gelden. Bij producten zonder CE-markering of voor een andere toepassing is dit niet beoordeeld. IGJ benadrukt wel het belang voor zorgaanbieders om zich achteraf te kunnen verantwoorden. Overwegingen en beslissingen dienen (zoals steeds) navolgbaar vast te worden gelegd.



Krijg ik een boete van de IGJ als ik een termijn mis? Bijvoorbeeld voor het melden van een calamiteit?

De IGJ heeft laten weten dat zij ‘in deze periode’ de termijnen voor zorgaanbieders die normaal gelden in het toezicht, los laten. De IGJ laat nog in het midden hoe lang deze periode is.

Indien u een bericht ontvangt van de IGJ met daarin een deadline genoemd, dan hoeft u zich niet aan die termijn te houden. De IGJ neemt na het verstrijken van de termijn contact op om de voortgang te bespreken.

Daarnaast heeft de IGJ de bevoegdheid om een boete op te leggen indien u zich niet houdt aan een termijn voor het voldoen van een verplichting. Bijvoorbeeld het melden van een calamiteit. De IGJ heeft bekend gemaakt dat zij voorlopig geen boetes opleggen indien een instelling, zorgverlener of fabrikant/leverancier deze termijn niet haalt.



Kan ik op korte termijn een inspectiebezoek van de IGJ ontvangen?

De IGJ heeft aangekondigd zowel ten aanzien van zorginstellingen als producten/groothandelaren van geneesmiddelen voorlopig slechts beperkt inspectiebezoeken af te leggen. Zie ons nieuwsbericht voor een uitgebreide toelichting.



Geen bezoek meer in verpleeghuizen: hoe is dat geregeld?

Onlangs is besloten dat verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen in de ouderenzorg niet meer toegankelijk zijn voor bezoekers en anderen die daar niet noodzakelijk hoeven te zijn. Dat is zonder meer een ingrijpende maatregel die veel vragen oproept, ook juridische. Vooralsnog wordt het aan de instellingen overgelaten om deze maatregel te handhaven. Mocht blijken dat verpleeghuizen of kleinschalige woonvormen problemen ervaren met het weigeren van bezoekers of derden die de locatie proberen binnen te komen, dan kan de Voorzitter van de Veiligheidsregio op grond van de Wet publieke gezondheid ingrijpen door gebruik te maken van de bevoegdheden die hij heeft. Die bevoegdheden zijn ruim. Voorlopig lijkt het erop dat het niet nodig is dat de maatregel van de overheid moet worden afgedwongen, omdat daaraan vrijwillig gehoor wordt gegeven. Overigens hebben instellingen als verpleeghuizen zelf ook ruime bevoegdheden voor wat betreft het toelaten van anderen dan de cliënten, bijvoorbeeld als dat nodig is ter bescherming van die cliënten of ter bescherming van het personeel.

Een bijzondere situatie kan zich voordoen als een bewoner van een instelling vanwege de beperking van het bezoek besluit om de instelling te verlaten. Als die bewoner wilsbekwaam is en vrijwillig is opgenomen kan dat niet verhinderd worden. Bij onvrijwillig opgenomen cliënten of bij cliënten die wilsonbekwaam zijn ligt dat anders. Indien een bewoner de instelling verlaat, dan kan dat wel betekenen dat deze niet zomaar terug kan keren, zeker niet als het langere tijd duurt dat de cliënt elders verblijft. Bijvoorbeeld zal dan de financiering in gevaar kunnen komen, omdat die financiering is gebaseerd op het verlenen van zorg.

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!
  • Wanneer je op aanmelden drukt ga je akkoord met ons Privacy Statement.