Home Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) – een korte update

Debby Kolk

Arbeidsrecht
/

Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) – een korte update

Op 19 november heeft mijn collega Marloes Stuurop een overzicht gegeven van de belangrijkste maatregelen van het wetsvoorstel Wet Arbeidsmarkt in Balans (de WAB) dat op 7 november 2018 naar de Tweede Kamer is gestuurd. Inmiddels is de WAB op 5 februari 2019 door de Tweede Kamer met een kleine meerderheid (81 stemmen voor en 69 tegen) aangenomen. Tijd voor een update.

Cumulatiegrond

Er zal een nieuwe cumulatiegrond worden toegevoegd aan het ontslagrecht, de zogenaamde i-grond. Als een voldragen ontslaggrond ontbreekt, heeft de rechter hiermee de mogelijkheid om het dienstverband toch te ontbinden als sprake is van een combinatie van twee of meer ontslaggronden. De rechter kan naast de transitievergoeding en de billijke vergoeding ter compensatie een extra vergoeding toekennen aan de werknemer van maximaal de helft van de transitievergoeding.

Transitievergoeding

Werknemers hebben straks op grond van de WAB vanaf het begin van het dienstverband recht op een transitievergoeding. Deze transitievergoeding zal voor elk jaar dienstverband 1/3 van het maandsalaris bedragen, ongeacht de lengte van het dienstverband. De transitievergoeding wordt naar rato berekend als de werknemer niet een volledig jaar in dienst is geweest.

Compensatieregeling kleine werkgevers

Voor een werkgever met minder dan 25 werknemers wordt een compensatieregeling geïntroduceerd voor de transitievergoeding die moet worden betaald als ze hun bedrijf beëindigen wegens pensionering, ziekte of overlijden.

Ketenregeling

De beperking van de ketenbepaling wordt teruggedraaid. Als de WAB in werking treedt, geldt dat er maximaal drie tijdelijke contracten mogen worden gegeven, die bij elkaar niet langer dan drie jaar mogen duren. Bij cao kan het aantal contracten alsook de duur daarvan worden verlengd tot maximaal 48 maanden respectievelijk 6 tijdelijke contracten, indien de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering dit voor bepaalde functies of functiegroepen vereist. De tussenpoos waarbinnen contracten meetellen voor de keten blijft 6 maanden. Wel kan de periode bij ministeriële regeling worden verkort als sprake is van terugkerend tijdelijk werk, dat maximaal 9 maanden per jaar kan worden gedaan, voor bij die regeling aan te wijzen functies. Invalkrachten die vanwege ziekte invallen in het primair onderwijs zijn uitgezonderd van de ketenregeling.

Proeftijd

De voorgestelde wijziging om de maximale proeftijd voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd van twee naar vijf maanden te verlengen (‘de proeftijd XL’) is geschrapt. Ook het voorstel om de proeftijd in tijdelijke contracten voor twee jaar of langer te verlengen van twee naar drie maanden heeft het niet gehaald. De regeling blijft dus dat bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die wordt aangegaan voor twee jaar of langer, een schriftelijke proeftijd mag worden overeengekomen van maximaal twee maanden. Voor arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan voor langer dan zes maanden, maar korter dan twee jaar mag een proeftijd van maximaal één maand worden overeengekomen.

WW-premie

Het aangaan van een vast dienstverband moet door differentiatie van de WW-premie aantrekkelijker worden voor de werkgever. De WW-premie voor vaste contracten wordt daarom vastgesteld op een lager bedrag dan de WW-premie die door de werkgever moet worden betaald in geval van een tijdelijk contract. Ook dient straks de aard van de arbeidsovereenkomst zichtbaar te zijn op de loonstrook.

Oproepkrachten

In de WAB wordt in artikel 7:628a lid 9 BW een nieuwe definitie ingevoerd van de ‘oproepovereenkomst’, waarmee wordt voorzien in aanvullende rechten voor de oproepkracht. Een werkgever moet de oproepkracht tenminste vier dagen van te voren schriftelijk of per e-mail oproepen voor werk. Als dat niet gebeurt, dan hoeft de oproepkracht geen gehoor te geven aan deze oproep. Als de werkgever de oproep binnen vier dagen voor aanvang van de oproep intrekt of de tijdstippen wijzigt, dan behoudt de oproepkracht recht op loon over de periode waarover hij al was opgeroepen. Verder wordt de werkgever verplicht om de oproepkracht na een jaar een arbeidsovereenkomst aan te bieden voor het gemiddeld aantal uren dat hij in de voorgaande twaalf maanden heeft gewerkt. Van deze termijn van vier dagen kan bij cao worden afgeweken, mits de termijn niet korter is dan 24 uur.

Payrolling

Met de WAB wordt in artikel 7:692 BW een nieuwe definitie van de payrollovereenkomst geïntroduceerd. De payrollovereenkomst is de uitzendovereenkomst, waarbij de overeenkomst van opdracht tussen de werkgever en de derde niet tot stand is gekomen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en waarbij de werkgever alleen met toestemming van de derde bevoegd is de werknemer aan een ander ter beschikking te stellen. Op grond van de Waadi (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) worden payrollwerkgevers straks verplicht om hun payrollwerknemers dezelfde primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden aan te bieden als die gelden voor werknemers bij de opdrachtgever. Ook krijgen de payrollwerknemers recht op een adequate pensioenvoorziening.

Conclusie

De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft besloten een deskundigenbijeenkomst over het wetsvoorstel te houden op 12 maart 2019. De beoogde datum van inwerkingtreding van de verschillende onderdelen van het wetsvoorstel is 1 januari 2020. Wij houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!

Scroll naar boven